donderdag 17 september 2009

Interview van Hein en Nienke met hun oma Gisela Bunge, die van 1946 tot 1951 ook op deze school zat.

Zat de directeur in dezelfde kamer als nu?
De directeur werd hoofd van de school genoemd en woonde in het huis dat aan het schoolplein staat. Hij heette meneer Metman.
Zijn kamer was dezelfde als van meester Sacha. De juffen en meesters dronken daar koffie. Je mocht er nooit binnen komen behalve als je voor straf de klas was uitgestuurd en bij meneer Metman moest komen.

Wat was je lievelingsjuf of -meester?
Ze waren allemaal aardig, het meest meneer Koops van klas 5 ( groep 7). Er was een speciale juffrouw voor handwerken, juffrouw van der Guchten. De meisjes moesten één middag in de week naar handwerkles, de jongens mochten dan knutselen. Wij moesten bijvoorbeeld een pannenlap breien. Als je die af had knipte de juffrouw er een gat in dat je netjes moest stoppen (repareren). Ik vond het vreselijk en heb heel wat straf gehad omdat ik niet goed mijn best deed.

Waar gymden julie?
In die tijd was er geen groep 1 en 2 , de kinderen jonger dan 6 jaar gingen naar een aparte kleuterschool. Waar nu groep 6, 7 en 8 zitten was het gymlokaal en het koffie-huisje was de kleedkamer. In het gymlokaal waren ook feestavonden.

Wat was je lievelingsvak?
Lezen was mijn lievelingsvak vooral omdat er in die tijd thuis niet veel boeken waren. De openbare bibliotheek was ver weg. Je kon wel boeken lenen in een winkel aan de van Hoytemastraat maar dat was duur.

Wat was je lievelingslokaal?
Dat weet ik niet meer. Van binnen waren ze allemaal hetzelfde met drie rijen schoolbanken. Niet zo gezellig met tafels en stoelen in groepjes zoals nu. In de schoolbank zat een inktpotje - met inkt- waar de jongens die achter mij zaten graag stiekem mijn vlechten in stopten!

Wat waren de straffen?
Het begon met in de hoek staan. Erger was op de gang staan. Heel erg als je naar de directeur moest. Je kon ook strafregels krijgen. Dan moest je bijvoorbeeld 20 keer zoiets schrijven als “ik mag niet praten onder de les”.

Wat vond je van school?
School was leuk. Bijna iedereen liep zelf naar school. Haast niemand werd gebracht.
Onderweg kon je met andere kinderen spelen. Wij gingen tussen de middag ook naar huis van twaalf tot half twee. Het leukste was het kamp op de Veluwe in groep 8.

Haalde je wel eens kattenkwaad uit?
Ik heb veel kattenkwaad uitgehaald. Ik las de boeken van Dik Trom. Dat ging over een jongen die altijd gekke dingen deed. En die probeerde ik dan na te doen.

Wat voor toestellen stonden er op het schoolplein?
Er waren geen speeltoestellen. Wij namen zelf knikkers en springtouwen mee. Met krijt maakten we hinkelbanen.

Hadden jullie wel eens een schoolreisje?
Wij hadden geen schoolreisjes maar wij gingen wel eens naar een museum.
Alleen aan het eind van de schooltijd gingen wij een week naar de Veluwe. Dan was het toelatingsexamen geweest op de school waar je naar toe zou moeten gaan. Je moest dan daar een hele dag examen doen. Dat was heel spannend. Daar moest je het hele jaar voor oefenen. Heel veel jaartallen leren voor geschiedenis, maar ook bijvoorbeeld aardrijkskunde, taal en rekenen.

donderdag 3 september 2009

Bezoek aan klooster in Echt

Zoals reeds aangekondigd op de weblog zouden we na de vakantie verslag uitbrengen van ons bezoek aan het klooster in Echt. Tijdens het onderzoek de afgelopen maanden hebben we ontdekt dat de leerlingen van de toenmalige Friedrich van Bylandtschule een deel van de oorlogsjaren hebben doorgebracht in het klooster in Echt.


het klooster Lilbosch in Echt

In de oorlogsjaren werden Duitse kinderen tussen 8 en 16 jaar uit de grotere steden die gebukt gingen onder geallieerde bombardementen, vaak ondergebracht op een veilige plek in zogenaamde KLV-kampen (Kinderlandverschickung). Daar werden ze opgevoed en kregen onderwijs volgens de principes van het nationaal socialisme. Naast leraren speelde ook de Hitlerjugend/Bundesmädel een rol in het dagprogramma van de kinderen.

Het klooster en het aangrenzende Bernarduscollege werden in 1942 door de Duitsers gevorderd. De Duitse monniken werden ingelijfd in het Duitse leger. De overige monniken vertrokken noodgedwongen naar andere kloosters in Nederland. De leerlingen van het Bernarduscollege werden naar huis gestuurd. Het klooster en het College werden toegewezen aan de Kinderlandverschickung. Inmiddels was onze school een Deutsche Volkschule geworden (en verhuisd naar de Waalsdorperweg). De kinderen uit de klassen 5 t/m 8 zijn samen met hun docenten van april tot en met oktober 1943 in het klooster in Echt geweest.

Het klooster bleek nog te bestaan en is nog in gebruik. We stuitten tevens op een onderzoek van René Rutten, die zich met name in de oorlogsjaren van het klooster heeft verdiept. Al snel ontstond het idee om dit klooster te bezoeken in combinatie met een afspraak met René Rutten, zodat eventueel informatie kon worden uitgewisseld. Vlak voordat we naar het klooster gingen hadden we intensief gelezen in de dagboeken van een van de docenten van de Friedrich van Bylandtschule die o.a. over zijn verblijf in het klooster schrijft.

René Rutten en Nicolien Pinkse in het klooster

Op maandag 13 juli 2009 vertrokken we richting Echt alwaar we door René Rutten werden opgewacht. Hij bracht ons naar het klooster en heeft ons voorgesteld aan de gastenbroeder Johannes en overste Malachias met wie we tevens een gesprek hebben gehad over ons onderzoek. We zijn zowel door René Rutten als door de monniken zeer hartelijk ontvangen. Ook waren we in de gelegenheid om het materiaal door te nemen dat René Rutten omtrent zijn onderzoek heeft verzameld en wij hebben ons deel getoond.


Nicolien Pinkse, Marit Kramer en gastenbroeder Johannes

Het is bijzonder om te hebben gezien op welke plek de leerlingen destijds zaten, alhoewel ook nog een gedeelte onduidelijk blijft. Verbleven en aten de docenten in het klooster of in het Bernarduscollege? Wat vonden de leerlingen van hun tijd in het klooster? Hadden ze heimwee?

Na een dag vol informatie-uitwisseling en een rondleiding in en om het klooster hebben we een dienst bijgewoond en 's avonds namen we intrek in onze kamers. Er verbleven nog een tiental gasten in het klooster die we ontmoetten tijdens de maaltijden. De volgende ochtend hebben we nog een wandeling gemaakt rond het klooster en werden daarna door René Rutten naar het station in Echt gebracht. Het verblijf in het klooster in Echt was een bijzondere ervaring, mede door hartelijke ontvangst door René Rutten, overste Malachias, gastenbroeder Johannes en de andere monniken.

(MK)