vrijdag 26 april 2013
vrijdag 15 maart 2013
Oudgebouwreünie
Dit mooie en toepasselijke woord gebruikte een van de oud-leerlingen die reageerden op onze oproep voor de open middag op 5 maart 2013. Dit woord geeft precies weer waar de middag voor was bedoeld; het oude schoolgebouw nog een keer bezoeken voordat het volgende week wordt gesloopt.
Al jaren weten we dat dit
gebouw plaats moet maken voor nieuwbouw. Met dit gegeven zijn we een aantal
jaar geleden [jaartal] met ons onderzoek naar de historie van OBS Benoordenhout
en onze weblog gestart. In de afgelopen jaren hebben we contact gehad met
oud-leerlingen, oud-docenten, familie van oud-docenten, geïnteresseerden enz.
Dit heeft ons een schat aan informatie opgeleverd.
Na de kerstvakantie kwam alles ineens in een stroomversnelling en werd 11 maart als verhuisdatum naar de wissellocatie genoemd. Het leek ons een leuke geste om mensen die hebben bijgedragen aan ons onderzoek en geïnteresseerden nog de mogelijkheid te bieden het gebouw te bezoeken. Hoewel het kort dag was, reageerden een aantal mensen enthousiast.
Zij hebben rondgelopen
door het gebouw, met docenten gepraat en vooral met elkaar herinneringen
opgehaald. Bijvoorbeeld waar nu groep 4, 5 en 6 zijn, was voor 1980 een
gymlokaal. Het woonhuis dat vroeger bij de school hoorde en waar de directeur
woonde. En niet te vergeten de boom!
We bedanken iedereen voor
de enthousiaste reacties en komst.
Hierbij een foto van een
aantal oud-leerlingen
Esther van Leeuwen, Machteld van der Feltz, Nicolien Pinkse (onderzoeker), Lysbeth van
Valkenburg-Lely, Marit Kramer (onderzoeker), Gwen, Annemieke van Leeuwen, Michèle Destree en
Hans Stakenburg
vrijdag 15 februari 2013
Afscheid van een gebouw
En ineens is het toch
zover... Het hangt al jaren in de lucht, de nieuwbouw van OBS Benoordenhout. De
afgelopen weken is het in een stroomversnelling geraakt. Op 11 maart 2013 gaat
de school voor ongeveer 2 jaar naar een tijdelijke locatie aan de van Huetszstraat
en zal het pand aan de Dreibholtzstraat worden gesloopt om plaats te maken voor
nieuwbouw.Voor iedereen die het leuk vindt om de school nog een keer te zien, organiseren we een open middag op dinsdag 5 maart 2013 van 14.00 tot 16.00 uur. Hoewel veel spullen dan al ingepakt zijn, hebben de kinderen die dag gewoon les tot 14.45 uur. U kunt die middag uiteraard de lessen bezoeken. Na schooltijd is er tijd om met docenten te praten. De koffie en thee staan voor u klaar. We zouden het op prijs stellen als u laat weten of u komt via historie.obs@gmail.com
zondag 27 januari 2013
Het leven van een leerling op de Deutsche volkschule
in Den Haag in de oorlog-deel 2
De heer Mennen was in Echt Stubenälteste (leider van de kamer). De zoon van Fritz Schmidt zat bij hem in zijn klas en
was zijn slapie. Schmidt was een hoge officier
– die voor Seyss-Inquart werkte - en de heer Mennen kwam ook bij hen
thuis in hun woning in Benoordenhout. Schmidt is volgens de heer Mennen in de
oorlog geliquideerd in verband met de aanslag op Hitler. Het was geen
treinongeluk.
Na Echt en voor Dolle Dinsdag
Na terugkomst uit Echt, ging hij weer naar school aan de Waalsdorperweg. Ze gingen dan met bussen het spergebied in. Samen met vrienden stal hij in die tijd spullen uit een vrachtwagen en na de oorlog verhandelde hij onder meer een wapen. Hij wist precies hoe je stiekem in en uit het spergebied kon komen.
Zijn moeder wilde eerst ook vertrekken, maar hij
raadt het haar af. Hij had in Duitsland gezien dat er veel kapot was. De
spullen die zijn moeder naar de buren had gebracht, haalt hij weer terug. Zijn konijnen waren toen echter al in de pan
gehakt. Hij kon ze alleen nog opeten.
Als hij een jaar of veertien is ontmoet hij zijn
vrouw. Haar vader is communist. Die vond het eerst niet leuk dat zij ‘een mof’ aan de haak geslagen had. Ze hebben samen vijf
kinderen gekregen. In 1967 verhuisden ze naar Heerhugowaard waar hij bij
Hoogovens ging werken. Zijn salaris was wel lager dan in Den Haag, maar hij kon
wel huis met tuin huren. De heer Mennen kreeg in 2000 de Nederlandse
nationaliteit.
Echt
In 1943 – toen er bombardementen dreigden -ging
Johan Mennen met school naar het Kinderverschickungslager in Echt (zie: http://obshistorie.blogspot.nl/2009/09/bezoek-aan-klooster-in-echt.html). Er waren ook kinderen van de Hauptschule uit
Rotterdam in Echt. Deze kinderen waren ouder. De jongensafdeling van de
Deutsche Volksschule zat rechts op het
terrein, de meisjesafdeling zat waar nu een instelling voor geestelijk
gehandicapten zit. De docenten aten in dezelfde ruimte als de leerlingen. De
leerlingen stopten ook wel eens insecten in hun toetje om zo meer toetjes te
krijgen. Zou ook nog toevoegen dat ze dat deden omdat “die verwende jongetjes”
dan hun toetje niet meer lustten als er insecten inzaten De heer Mennen was
bevriend met de kok in de keuken. Hij hielp daar ook af en toe en kreeg daar
dan ook wat voor terug.
Terrein in Echt waar de Deutsche Volkschule in 1943
was gevestigd.
Er kwam op een gegeven moment een jongen op hun
slaapzaal die hij niet mocht. Die hebben ze toen weggepest. Onder meer door in
de nacht zijn vingers in een bak met water te stoppen waardoor hij in bed
plaste. Hij heeft ook gevochten met een man die een leidinggevende functie had.
Die man van ong. 20 jaar was Lager Manschaft Führer. Hij heeft met hem gebokst.
Hij had dat nog nooit gedaan maar heeft die andere man flink pijn gedaan. Maar
aan het eind van dat gevecht heeft hij zelf een paar flinke klappen gekregen.
De vrienden van die man hadden lol hiervan.
Hij kreeg ook wel straf. Dan moest hij zich bijvoorbeeld een heleboel keren opdrukken. Het hielp echter allemaal niet om hem in het gareel te krijgen. Hij was een lastige jongen die moeite had met luisteren. Daarom is hij later waarschijnlijk ook naar de Sportlage in Beieren gestuurd. Hij vond het in Beieren echter alleen maar leuk want hij kon daar veel sporten en was er veel buiten.
Hij kreeg ook wel straf. Dan moest hij zich bijvoorbeeld een heleboel keren opdrukken. Het hielp echter allemaal niet om hem in het gareel te krijgen. Hij was een lastige jongen die moeite had met luisteren. Daarom is hij later waarschijnlijk ook naar de Sportlage in Beieren gestuurd. Hij vond het in Beieren echter alleen maar leuk want hij kon daar veel sporten en was er veel buiten.
Hij had geen heimwee in Echt. Hij was het gewend
om voor zichzelf te zorgen.
Na Echt en voor Dolle Dinsdag
Na terugkomst uit Echt, ging hij weer naar school aan de Waalsdorperweg. Ze gingen dan met bussen het spergebied in. Samen met vrienden stal hij in die tijd spullen uit een vrachtwagen en na de oorlog verhandelde hij onder meer een wapen. Hij wist precies hoe je stiekem in en uit het spergebied kon komen.
Als zijn Jungvolkuniform op een gegeven moment is
versleten gaat hij voor een nieuw uniform naar Plein 1813. Hij vertelde daar dat zijn ‘uniform’ versleten was. Een Bahnführer zei hier
iets van. In het gesprek dat daarop volgde heeft hij tegen de Bahnführer gezegd
dat kinderen van landverraders voorgetrokken werden. Ze hebben toen zijn
insignes van zijn uniform afgetrokken en een paar jongens (van de harde lijn)
hebben hem toen stevig te pakken genomen. Er waren overigens ook jongens die
niets deden.
Nadat Clingendael onder vuur werd genomen, ging de school naar het Kinderverschickungslager
in Eijsden. Hier verbleef de school tot Dolle dinsdag. De
school vertrok toen uit Eijsden en ging naar Slowakije. De heer Mennen heeft er
in 1944 vanaf Beieren drie weken over gedaan om weer terug in Den Haag te
komen.
Na de Deutsche Volksschule
In 1944 –na zijn terugkeer uit Echt- is hij naar
een school aan de Prinsengracht gegaan. Het viel niet mee om te worden
omgeschoold naar het Nederlandse systeem. Dat was erg wennen.
Aangezien zijn stiefvader tijdens de oorlog
nauwelijks thuis was, moest hij voor zijn moeder en zusjes zorgen. Dat ging
niet altijd netjes. Hij is ook twee keer in zijn eentje te voet naar
Lemelerveld gegaan om eten te halen. Dan torste hij 40 kilo aan eten weer mee
terug. De eerste keer was in januari en ging hij liftend. De tweede keer in
februari.
Tegen het einde van de oorlog zijn er onder de
Duitsers en foute Nederlanders in Den Haag een aantal paniekzaaiers, er
ontstaat chaos. Mensen gaan op Dolle Dinsdag
massaal naar het staatsspoor om te vertrekken naar Duitsland.
Station Staatsspoor, Rijnstraat. Bron: Haagse
beeldbank
Na de oorlog
Toen de oorlog was afgelopen deed de ondergrondse
tot drie keer toe een inval in zijn ouderlijk huis. Ze zochten zijn stiefvader,
maar die was er niet. Ze hebben toen van alles in beslag genomen. Daarom heeft
hij ook geen spullen uit die tijd meer. Buren namen het voor hen op. Ze zorgden
er voor dat er alleen propagandamateriaal werd meegenomen en geen andere zaken
zoals eten. Die lui waren niet allemaal van de echte ondergrondse. Er zaten ook
veel profiteurs bij die zich pas na de oorlog hadden aangesloten. In de oorlog
had zijn moeder een keer op Hitlers verjaardag de Duitse vlag uitgehangen. Toen
heeft hij er snel voor gezorgd dat zij die weer binnenhaalde aangezien dat dat
het niet goed deed in de buurt. Hij had vrienden in de buurt met wie hij
streken uithaalde. Zijn stiefvader –waar hij geen goed contact mee had- kwam na
de oorlog in kamp Harskamp terecht.
Op de school aan de Prinsengracht heeft hij een
keer gevochten met schoolgenoten omdat ze wisten dat hij bij Jungvolk had
gezeten. De bovenmeester heeft ze toen uit elkaar gehaald. De jongens werden
toegesproken en daarna is er nooit meer iets gebeurd. Bovenmeester Koekoek
(echte christen), meester De Boer en meester van den Ende waren fijne meesters.
Hij heeft tot de 8e klas op deze school gezeten. Deze school heeft
hij echter niet afgemaakt. Hij is vervolgens naar de vakschool gegaan.
In 1947 moest hij naar Beheersinstituut om een
ontvijandingsbewijs te halen, anders kon hij niet werken. Dat bewijs kostte 50
gulden. In het gezin waren na de oorlog drie nationaliteiten. Hijzelf was
Duits, zijn zusjes Nederlands en zijn ouders stateloos.
Het Nederlandse beheersinstituut aan de
Neuhuyskade 94. Bron: Haagse beeldbank
Nu
De heer Mennen is nu 80 jaar en zwemt 4 ã 5 keer
per week. Zijn vrouw –die hij 65 jaar heeft gekend- is onlangs overleden. De
heer Mennen geeft aan dat hij zich in zijn jeugd altijd heeft moeten aanpassen
(Nederlands, Duits, volksbuurt, hoge officieren etc.). Hi j is hierdoor ook een einzelgänger geworden. Hij heeft ook goed
voor zichzelf leren opkomen. Hij is blij dat hij
niet iets ouder was in de oorlog. Anders was hij er nu niet meer geweest. Vanaf
je zestiende ging je als kanonnenvlees naar het front.
vrijdag 18 januari 2013
Artikel over de heer Mennen in De Limburger
Niet alleen wij spraken met de heer Mennen over zijn herinneringen maar ook een journalist van het dagblad De Limburger. Op 23 november 2012 verscheen een groot artikel over Johan Mennen in de krant. De kop luidt: 'We werden opgeleid tot kanonnenvoer '. Voor mensen die geinteresseerd zijn: Artikel over Johan Mennen
donderdag 6 december 2012
Het leven van een leerling op de Deutsche volkschule
in Den Haag in de oorlog-deel 1
Johan Mennen heeft in de oorlog op de Deutsche Volksschule
in Den Haag gezeten. Marit en Nicolien praten bij hem thuis in Heerhugowaard over
zijn turbulente jeugd. Zelf kijkt hij positief op deze jaren terug. Hij heeft
in ieder geval iets van de wereld gezien.
Periode voor de Deutsche Volksschule
De heer Mennen werd in 1931 geboren in Amsterdam.
Zijn moeder was Duitse van origine en zijn biologische vader heeft hij nooit
gekend. Toen hij nog een baby was raakte zijn moeder verlamd en werd ze in een
verpleegtehuis opgenomen. Omdat er niemand was om voor hem te zorgen, ging hij
naar een particulier kindertehuis in Amsterdam. Toen zijn moeder grotendeels
was hersteld, trouwde zij met de Nederlander de heer Klein. Ze kregen samen
twee dochters. In 1937 -als hij 5-6 jaar is- verhuizen ze naar een volksbuurt in Den Haag. Hij ging naar een Joodse Fröbelschool. Hij
laat ons een foto van de klas zien en zegt
dat veel van deze kinderen de oorlog niet hebben overleefd.
Van juni tot september 1940 ging hij als 8-jarige
naar Oostenrijk. De heer Mennen vertelt dat de reis werd georganiseerd voor
kinderen uit de volkswijken. Tussen de twee oorlogen in waren Oostenrijkse
kinderen in Nederland geweest om aan te sterken, en dit was een soort
tegenprestatie van Oostenrijk. De rijkscommissaris Seyss-Inquart en de
regeringscommissaris voor de arbeid De Quay waren op
het station om hen uit te zwaaien. Toen hij terug kwam in Nederland kon hij
vloeiend Duits spreken. Hij is in de oorlogsjaren elke zomer naar een pleegouder
geweest in het buitenland. Deze reizen hadden volgens de Heer Mennen niets met
school te maken.
Deutsche Volksschule
In september 1941 ging hij voor het eerst naar de
Deutsche Volksschule. De Deutsche Volksschule was op dat moment
gevestigd aan de Waalsdorperweg in Benoordenhout (voorheen zat deze school in
de Dreibholtzstraat. In deze staat werd in 1941 de Deutsche Hauptschule
gevestigd). Er reed een
schoolbus door heel Den Haag om kinderen op te halen. Startpunt van de bus was
de Van Limburg Stirumstraat. De school begon om 8.00 uur, dus de bus vertrok
vroeg. Als de bus te vroeg op school kwam, was dat vooral in de winter heel
vervelend. Dan moest je buiten koukleumen, want er was geen sprake van dat je eerder
naar binnen mocht. Ze kregen ook kunstgeschiedenis en houtbewerking op school.
School duurde tot 13.00 uur. Daarna gingen ze naar Plein 1813, waar ze met het
Jungvolk activiteiten deden, als sporten, schieten en ze werden “gedrild’. Hij had ook zo’n pakje aan. Hij was in zijn jeugd volgens eigen zeggen geen
makkelijke jongen. Hij heeft veel gevochten. Hij was gehard. Zowel in Duitsland
(Scheisshollander, kaaskop) als in Nederland (verkeerde partij) was hij niet
erg geliefd. De naam Scheisshollander kreeg hij in Ludwigshafen, daar had hij
vaak moeilijkheden als hij ‘Oksenscheisse’ ophaalde in de stad. Dat leidde altijd tot
gedoe, de andere (Duitse) kinderen hadden het gevoel dat hun zakgeld werd
afgenomen, maar voor hem was het ook zakgeld.
Er zaten vooral Duitse kinderen op de school.
Waarschijnlijk ook een paar Nederlanders, maar niet veel. Joodse kinderen zaten
er niet op. Er zaten zowel jongens als meisjes in de klas. Op de Deutsche
Volksschule zaten naast kinderen zoals de heer Mennen ook veel kinderen van
hoge (onder)officieren, die woonden allemaal in het latere Spergebied. Er
kwamen zo nu en dan hoge officieren op bezoek op school.
De directeur van de Deutsche Volksschule – de heer Saathoff - had 3 stokken op zijn kamer. Als je stokslagen kreeg mocht je kiezen welke stok. Je moest dan voorover gebogen staan. Veel kinderen kozen het Spaanse rietje, maar de heer Mennen niet want zo’n rietje doet gemeen pijn. De leerlingen deden van te voren altijd schriften in hun broek (dat wist de directeur ook wel). De meeste leraren op de school waren Duits . Hij heeft les gehad van Frau Stumpke en Frau Hayderen. De eerste vond hij niet sympathiek, Frau Hayderen vond hij echter een lieve vrouw. Hij heeft ook wel eens les gehad van de Nederlandse docent de heer Homan (link naar weblogartikel over Homan).
Hij kan zich ook nog een paar oud-leerlingen
herinneren zoals Karl Smit,Suzie Bitter en Paul Peter Kaetzke.
Geloof
De heer Mennen ging vroeger zowel naar de
katholische Kirche als naar de Deutsche
Evangelische Gemeinde aan het Bleyenburg. Hij kan zich
pfarrer Kaetzke van de Deutsche evangelische Gemeinde nog goed herinneren. Hij vond het een heel fijne man, een echte
christen in de goede zin van het woord. Hij gaf evangelie op de Volksschule.
Het was een moderne dominee. De moeder van de heer Mennen zong in het koor van
de kerk. Ze had een mooie stem. Toen ze het heel arm hadden (na de oorlog waren
ze de armste van de kerkgemeente),
werden ze ook rond kerstmis en met Erntedankfest geholpen door pfarrer Kaetzke. Kaetzke was er
voor hoog en laag. 
Pfarrer Kaetzke ontvangt het Kruis van Verdienste van de Duitse Bondsrepubliek ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum. Bron: Haagse beeldbank.
De heer Mennen was bevriend met 1 van zijn zonen. Toen hij later op de
vakschool zat, kwam hij de zoon van pfarrer Kaetzke weer tegen. Ook herinnert hij zich de heer Muller. Hij
was zowel dominee als duikbootcommandant.
donderdag 14 juni 2012
Hendrik Homan en de Bylandtschule
Hendrik Abel Homan werd geboren op
8 maart 1884 in Ten Boer. Zijn vader, Abel Hendrikus Homan (1849-1936), was in
deze plaats het eerste hoofd van de lagere school met de bijbel. Hendrik was zijn
oudste zoon. Hij trouwde in 1909 in Uithuizermeeden met Klazina van Der Molen .
De school was eerst gevestigd op het Bleijenburgh. Deze locatie
werd echter te klein en op 24 april 1925 werd de school aan de Dreibholtzstraat
feestelijk geopend. Het duurde nog lang voordat hij vaste dienst kwam. Op
31 januari 1934 –nadat hij al bijna 11 jaar werkte op de school- kwam hij met terugwerkende
kracht per 1 januari 1931 in vaste dienst.
Hendrik vertrok samen met zijn vrouw naar Den Haag. Klazina
en Hendrik kregen twee kinderen, een dochter Tine en een zoon. Hij begon op 1
april 1923 met lesgeven aan de Deutsche Schule (Bylandtschule) in Den Haag. Op
de Bylandtschule zaten Duitse en Nederlandse leerlingen. Het hoofd van de
school was toen Wilhelm Heggen. De school was ontstaan uit de Deutsche
evangelische Gemeinde maar was gericht op het Nederlandse onderwijssysteem. (meer hierover klik hier)
![]() |
|
Foto uit
1924 met aan de rechterkant de heer Homan
|
Voordat hij op de Friedrich Bylandtschule gingen werken, had
hij bij een andere school gewerkt. Hij werd daar elke zomer ontslagen, ging in
de ww en werd dan in september weer aangenomen. Hij vond dit onrechtvaardig,
maar het bestuur zei dat er geen geld was. Totdat er een groot feest gegeven
werd en er naar zijn smaak overdadig gegeten en gedronken werd met dikke
sigaren toe. Hij vroeg het woord en stelde die overdaad tegenover zijn ww. Na
dit incident werd hij daar ontslagen.
Zijn kleinzoon Rik Homan vertelt over zijn grootvader aan
dat hij christelijk, calvinist en streng was. Hij leefde eenvoudig en had een
hekel aan overdaad. Maar hij was toch ook wel werelds. De heer Homan hield
gedurende zijn leven dagboeken bij. Hieruit blijkt dat hij veel las, erg van de
natuur hield en het belangrijk vond dat zaken efficiënt werden georganiseerd.
![]() |
Foto genomen in de Dreibholtzstraat. Rechts staat de heer Homan. Links zittend het hoofd van de school de heer Heggen
|
De heer Homan is twintig jaar – van 1920 tot en met 1940 -
lid geweest van het hoofdbestuur van de Unie van Christelijke onderwijzers. Op
de jaarvergadering die in december 1940 In Utrecht werd gehouden, werd
hartelijk afscheid genomen van de heer Homan een een boekgeschenk vertolkte de
dankbaarheid van de unie jegens de heer Homan voor alles wat hij voor de unie had gedaan.
Onzekerheid over voortbestaan Bylandtschule
Een incident in het voorjaar van 1939 – de school hing de
Duitse vlag uit na inlijving van Tsjechoslowakije - heeft tot gevolg dat de
Nederlandse overheid de school niet langer financieel meer wil ondersteunen.
Het bestuur wil vervolgens de school opheffen. Een Hollandse vereniging wil er echter
voor zorgen dat de Friedrich Bylandtschule kan blijven bestaan voor Hollandse
kinderen. Ook de zoon van Bylandt wil graag dat de school blijft bestaan.
Een tijdlang is het voor de heer Homan en zijn collega’s
onduidelijk wat er gaat gebeuren met de school. Zou het plan om de school een nieuwe
start te laten maken door de Vereniging slagen – de heer Homan hoopt hier op -
en zo niet wat zou er dan met de leerkrachten gebeuren van de Bylandtschule? De
school verliest echter veel leerlingen aan de andere scholen die onder het
Duitse Scholenvereniging vallen. Eind april 1940 worden nog veel leerlingen en ouders
bewerkt om een overstap te maken naar een andere school van de Duitse
Scholenvereniging. Dhr. Homan windt zich hier erg over op.
Start Tweede Wereldoorlog
En dan valt op 10 mei 1940 Duitsland Nederland aan. Op 13
mei gaat dhr. Homan naar school om portretten enz. op te bergen. Op 16 mei is
de gymzaal bezet door de Duitsers.
Op 30 mei is het gymlokaal weer vrij van militairen. Op de
school zitten dan nog maar 52 leerlingen en een week later nog maar 42. Homan
geeft les aan 20 leerlingen van klas 7, 8, 9 en 10. Dat het slecht gaat met de
school blijkt ook uit de jaarrekening van 1940. In 1940 is er 14.263 gulden in
de school geïnvesteerd tegen 20.851 gulden het jaar daarvoor. Op 25 mei 1940
vindt er een vergadering van de Duitse Scholenverenging plaats. Besloten wordt
dat de Bylandtschule in ieder geval tot 1 juli 1940 onder het beheer van de
Duitse Scholenvereniging blijft en dat de heer Homan voorlopig hoofd wordt.
Onduidelijk is hoe het – gegeven de nieuwe situatie - verder
zal gaan met de school en de docenten. Op 3 september 1940 krijgt de heer Homan
te horen dat hij niet zal worden ontslagen en er qua salaris niet op achteruit
zal gaan. De school wordt verbouwd, beneden blijven er vier lokalen en boven
komen er drie grote. Het is een chaos maar Homan voelt zich niet direct verantwoordelijk.
Hij is geen hoofd (meer), hij hoeft alleen Hollandse formaliteiten te
vervullen. Op 15 oktober wordt de Deutsche Volkschule weer geopend op de
Dreibholztstraat 2-4. Er vindt een feestelijke opening plaats. Het bestuur
besluit tijdens een vergadering in december 1940 om het gebouw aan de
Dreibholtzstraat van de gemeente te kopen. De school valt dan niet meer onder
het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken maar onder het Reichscommissariaat.
Dhr. Homan twijfelt wat hij het beste kan doen op het moment
dat de Bylandtschule in 1940 wordt omgezet in een Deutsche Volksschule. Hij
zoekt contact met het toenmalige hoofd van de Afdeling lager onderwijs van het
departement van onderwijs, kunst en wetenschappen. Het toenmalige hoofd zou hebben aangegeven dat hij kon aanblijven
zolang er niets gebeurde wat hij niet met zijn geweten kon rijmen. Als hij
ontslag zou nemen zou hij zijn salaris en wachtgeld verliezen. Hij besluit
vervolgens op de school te blijven werken.
De Deutsche Volksschule
De Deutsche Volksschule verhuist in september 1941 van de
Dreibholtzstraat naar de Waalsdorperweg 12 - het voormalige gebouw van de vrije
school. In de Dreibholtzstraat komt dan een Deutsche Hauptschule. Een Duitser -
de heer Saathoff - werd het hoofd van de Deutsche Volksschule en de heer
Scheffer van de Deutsche Hauptschule. In de Jan van Nassaustraat zat nog de
Oberschule die werd geleid door de nazi Dr. Honsberg.
![]() |
| De Deutsche Volksschule gevestigd aan de Waalsdorperweg. |
In het najaar van 1941 gaan de leerlingen uit de hoogste
klassen samen met een aantal docenten voor een paar weken naar een Kinderverschickungslager
(KLV) in Augsburg. De heer Homan gaat niet mee. Op 20 december 1941 gaat de
Hitlerjugend en de Jungmädel collecteren voor Winterhilfe. De meeste kinderen van
de school doen hieraan mee. Dat de heer Homan niet veel op heeft met de opvoedersgilde
van de NSB, blijkt als Saathoff met hem praat over het politiek systeem van
Genechten, een kundig man volgens Saathoff. Homan geeft aan dat hij deze lui
niet moet. Saathoff geeft aan dat als men nu niet meedoet later aan de kant
staat.
Op 1 mei 1942 noteert Homan in zijn dagboek dat Joden met
een ster moeten lopen. Eind 1942 heeft hij het steeds vaker over de dreigende
evacuatie van Benoordenhout. Begin 1943 verhuist hij met zijn vrouw naar een
nieuwe woning. Samen met de leerlingen gaat hij in 1943 naar het KLV in Echt (meer hierover klik hier). Na
terugkomst in Den Haag in oktober 1943 neemt de school afscheid van de heer
Saathoff die in militaire dienst moet. De Heer Homan betreurt zijn vertrek,
want je weet wat je hebt en niet wat je er voor terugkrijgt. Daarna heeft de Fries
meneer Hermel de dagelijkse leiding over de school. Een periode is onduidelijk
waar de school daarna heen zal gaan. Het wordt uiteindelijk een klooster in
Baexem. Op de oudervergadering in de sociëteit de Vereniging in de Kazernestraat
belooft de heer Hermel de ouders veel, waaronder geen militair gedril. Veel
ouders zijn tegen het vertrek naar Baexem. Het schorem is echter voor volgens
Homan en dankbaar voor veiligheid, kleding en schoeisel. Op 9 maart 1944 vertrekt
Homan samen met leerlingen met de trein naar het klooster Exaten in Baexem. In
het klooster zijn ook enkele paters. De school krijgt de twee bovenste etages
van de Arbeidsdienst. Veel kinderen zijn ziek en enkele ontevreden ouders komen
hun kinderen halen. In april constateert Homan dat het eten beter wordt maar
dat het niet aan de eisen van een KLV lager voldoet.
In mei 1944 gaat hij enkele dagen naar Den Haag. Na zijn
terugkomst gaan de jongens van de school in uniform naar een bijeenkomst waar
onder meer Seyss-inquart spreekt. In het klooster zit ook een Duitse school uit
Leiden. De samenwerking met deze school verloopt niet soepel. Op 1 juli 1944 noteert
Homan in zijn dagboek ‘de Lehrstand heeft het weer eens afgelegd tegen de
Wehrstand’. Hij wilde per 1 augustus 1944 ontslag nemen. Dit werd echter
geweigerd.
Einde van de Duitse school
In september 1944 komt er dan toch een einde aan zijn ruim
21-jarige verbondenheid aan de school. Op 4 september 1944 vlucht de school
naar Duitsland vanwege de geallieerden die steeds meer terrein wonnen. De heer
Homan gaat niet mee en kan niet wegkomen naar zijn familie in Den Haag. Hij
blijft achter met een paar broeders in het klooster. Het klooster wordt
geplunderd door Duitse soldaten. Sommige soldaten zijn vriendelijk en zoeken
dingen voor hun kinderen; andere niet.
In november 1944 – Zuid-Nederland was inmiddels bevrijd- wordt
hij verhoord door een jonge man die op het Gymnasium in de Jan van
Nassausstraat heeft gezeten. De heer Homan ervaart het verhoor als zeer onaangenaam.
Vervolgens gaat hij naar een klooster in Weert waar hij van 28 december 1944
tot en met 6 augustus 1945 verbleef. Hij is daar beperkt in zijn
bewegingsvrijheid en piekert maar geeft aan niets te klagen te hebben.
Na de bevrijding
In juni 1945 -na de bevrijding van Nederland- stuurt de
secretaris der Unie van christelijke onderwijzers een brief waarin hij aangeeft
dat de Heer Homan in het begin van de oorlog geprobeerd heeft ontslag te nemen.
Als de heer Homan weer terug is in Den Haag in augustus 1945 ontvangt hij nog
diverse vriendelijke brieven van de broeders uit Limburg. Hij ontvangt ook een
brief uit Duitsland van een oud-collega. Hieruit blijkt dat het voormalig hoofd
van de school – de heer Saathoff - tot begin 1948 gevangen heeft gezeten in
Frankrijk.
Na de oorlog werd de heer Homan er door enkele mensen op aan
gekeken dat hij in de oorlog op een Duitse school had gewerkt. Hij overlijdt in 1966.
Abonneren op:
Berichten (Atom)










