dinsdag 12 april 2011

DE PROF. CASIMIRSCHOOL 1953-1960

Een aantal maanden geleden reageerde Tom Kruys op onze blog die met veel plezier terugdacht aan zijn tijd op de prof Casimirschool. Ook meldde hij dat hij nog veel herinneringen had aan de school. Wij hebben hem gevraagd of hij een aantal herinneringen op wilde schrijven. Hieronder volgt het eerste deel, deel 2 en 3 verschijnen later op het blog.

Tom Kruys, 2011

Persoonlijke herinneringen en ervaringen van Tom Kruys


Tom Kruys in 1957

In 1953 had ik het geluk toegelaten te worden tot de kleuterklas van de Prof. Casimirschool. Geluk, zegt u? Ja, want er waren in dat jaar zoveel aanmeldingen dat ik aanvankelijk vanaf mijn vijfde verjaardag op de Van Nijenrodeschool vertoefde. Vanaf september 1953 was er plaats in de Dreibholzstraat, maar slechts voor halve dagen. De kleuters hadden de ene week alleen de ochtenden “school” en de week daarop ‘s middags. Zoveel babyboomertjes waren er! Alleen kende men dat woord toen nog niet. De kleuterklas bevond zich aan het eind van de gang op de begane grond. Juffrouw De Jager had de leiding. Ik vond die halve dagen wel aantrekkelijk, mijn moeder minder trouwens. Het onderwijs was tamelijk klassiek, leren spelen met klei, knippen, lijm en poppenkast, maar het mooiste was het winkeltje. Daar hadden wij mini pakjes Cornflakes (wij hadden thuis niet eens normale pakken) en Dreft, dat soort dingen. Er was een weegschaal voor het afwegen, en al vroeg leerden wij winkelen. Het gaat beginnen. Maar het echte werk begon in september 1954: de eerste klas bij juffrouw Bos. Ik schrijf haar naam zo, maar ik zie ook wel eens Bosz en zelfs Bosch. Volgens mij was het Bos. Zij was een schattige dame, droeg een hoedje met voile en haar lokaal was meteen het eerste links aan het begin van de gang op de begane grond. Dat schattige bestond voornamelijk uit het feit dat zij altijd vriendelijk was en gekleed in roze of groene pakjes, een beetje zoals de vroegere Engelse Queenmother, en ze geurde voortdurend naar eau de cologne. Als je lief was kon je soms een zogenaamd “knuffeltje” van haar krijgen. Dat hield in dat zij je kin tussen duim en wijsvinger nam en even lichtjes kneep. Ik had het daar niet zo op. Beter was het als je een “lekkertje” van haar kreeg. Dat was een dropstaafje met gekleurd suiker eromheen. Wij kennen die dingen vandaag de dag nog steeds, van Venco. Ik neem er nu het liefst meteen tien tegelijk in mijn mond, maar juffrouw Bos haalde er één uit een trommeltje en overhandigde het je plechtig. Dat trommeltje bewaarde ze in de kast in haar lokaal. Volgens mij was haar lokaal het enige met zo’n inloopkast. Zij verdween daar in haar geheel in en kwam even later terug met het trommeltje. Je dag was weer goed als je zo’n staafje zorgvuldig liet smelten in je mond. In haar lokaal stond naast het bord een ouderwetse leesplank op een houten stellage met afneembare letters die aan spijkertjes hingen, Aap Noot Mies.



Leesplankje


Daar leerden wij daadwerkelijk mee lezen. Ik geloof nog steeds dat het het beste systeem ter wereld was. Dezelfde leesplankjes hadden wij ook in onze kastjes in de schoolbanken. Met een groen rond blikken doosje waar de lettertjes in zaten. Die schoolbanken waren in de hele school hetzelfde: tweepersoonsbanken met opklapbare zittingen. Die waren levensgevaarlijk, want aan de achterzijde van de zitting zaten aan weerskanten ijzeren opvangstrips om te voorkomen dat de bank doorzakte als je er op zat. Wij kraakten hazelnoten met die zittingen. Maar dat moest voorzichtig gebeuren anders had je alleen maar gruis. En als je je vinger er tussen kreeg was hij eraf. Ik heb het gelukkig nooit zien gebeuren, maar nu zouden die banken worden verboden door de minister van onderwijs. Er zaten onder het werkblad twee kastjes waar je je schriften en boeken in kon leggen en je etui. In het midden van het blad zat een inktpotje met een plastic schuifje dat meestal ontbrak. Er zaten twee gleuven bovenin het blad om je pen in te leggen. De conciërge, Rikkers genaamd, kwam die inktpotjes regelmatig bijvullen uit een literfles inkt. Wij schreven trouwens niet met kroontjespennen maar met iets soortgelijks, echter minder scherp. Gemeentepennetjes waarschijnlijk, ze schreven dikker dan een kroontjespen. Je schoof ze op je penhouder en van tijd tot tijd kreeg je een nieuwe. Dat was een feestelijk moment, want dan kon je weer veel mooier schrijven. Overigens was het zo, maar pas in de tweede en derde klas, dat als je een 8 had gekregen voor schrijven (van een taallesje o.i.d.) je de volgende keer met rood mocht schrijven. Dan mocht je van de tafel van de onderwijzeres een speciaal inktpotje komen halen, ze had er een stuk of vier. Ik heb dat genoegen slechts twee maal mogen ervaren, want ik kreeg nooit een 8. Nee, het was meer weggelegd voor bepaalde meisjes uit de klas, die heel keurig konden schrijven. Ik heb het altijd als een onrecht gezien dat zij bijna het hele jaar met rood mochten schrijven, soms zelfs met groen, als ze een 9 hadden. Maar goed, het stimuleerde wel om netjes te schrijven. Juffrouw Bos had een fiets die wij tegenwoordig een omafiets zouden noemen. Een prachtig glimmend rijwiel. In de winter had zij aan de handvatten van haar stuur een soort lederen moffen, met bont gevoerd, om de handen warm te houden. De fiets werd gestald in een van de twee fietsenhokken direct naast het toegangshek. Rechts voor de onderwijzers en enkele bevoorrechte kinderen, en links voor de leerlingen. Je mocht niet zomaar op de fiets naar school komen, nee, alleen als je ver weg woonde. Ik woonde vlakbij in de Roelofsstraat en moest dus lopen. Later heb ik kans gezien toch op de fiets te komen door te melden dat ik bij een tante logeerde die aan het eind van de Laan van Meerdervoort woonde. Dat vond men zo zielig dat ik mijn fiets zelfs in het rechterhok mocht stallen. Mijn wraak voor de rode inkt. Ik heb het van de vierde tot en met de zesde klas weten vol te houden. Het was trouwens slecht voor je fiets in dat hok, want er zaten van die gleuven in de betonnen vloer waar je wiel krom in werd. Om en om waren er betonnen verhogingen met gleuf, dan konden er meer fietsen naast elkaar staan. Krankzinnig dat ik me dat ineens herinner. Naar de tweede klas.


klassenfoto met juffrouw Clignett


Aan het einde van het eerste schooljaar werd ons door juffrouw Bos medegedeeld dat wij, mits wij overgingen naar de tweede klas, les zouden krijgen van juffrouw Clignett. Dat was geen vriendin van juffrouw Bos denk ik. Want zij dreigde ons dat juffrouw Clignett een sleutelbos naar ons hoofd zou gooien als wij niet heel erg braaf waren in haar klas. Hoe juffrouw Bos daarbij kwam is mij altijd een raadsel geweest, want juffrouw Clignett was weliswaar streng, maar zeer rechtvaardig en een uitmuntend onderwijzeres. Zijn was eigenlijk geen juffrouw, maar mevrouw. Zij was de weduwe van een marineofficier die in de oorlog was gesneuveld. Haar lokaal bevond zich op de eerste verdieping, tweede deur links. Om naar die verdieping te komen was er een stenen trap waar je tegenaan liep als je de hoofdingang binnen kwam. Halverwege de trap was een plateautje, daar draaide je 180 graden voor het tweede deel van de trap. Tegen de buitenmuur van dat plateautje hing het portret van meneer Metman. Dat was het vorige hoofd der school. Wij hadden groot respect voor deze streng uitziende meneer, temeer daar hij niet meer leefde terwijl zijn gezin nog steeds in het “directeurshuis” woonde. Dat huis zat ingeklemd tussen de school en de gymnastiekzaal. De lessen van juffrouw Clignett waren aanzienlijk pittiger en serieuzer dan die van juffrouw Bos. Er moest gewerkt worden. Maar ja, dat schrijven met rode inkt hè, dat zit mij nog steeds dwars. Altijd weer diezelfde meisjes! Aan het eind van het tweede leerjaar meldde men ons dat juffrouw Clignett met ons mee zou gaan naar de derde klas. Dat was een beetje een tegenvaller, want wij wilden eigenlijk allemaal wel eens wat anders. Behalve die bepaalde rode inktmeisjes dan natuurlijk. Maar goed, het was niet anders. Juffrouw Clignett was de enige leerkracht die wel eens bij ons thuis kwam op de thee. Niet om over mij te praten, maar omdat mijn vader ook bij de marine was, en mijn moeder het aardig vond om haar af en toe eens uit te nodigen. Ik vond dat wel erg belangwekkend en meldde de volgende dag aan al mijn klasgenootjes dat de juf gisteren bij mij had thee gedronken. Met een koekje! De overgang naar de vierde klas. De overgang naar de vierde klas was een feest, want wij kwamen bij een “meneer”. Dat was veel deftiger dan een juf. Meneer Weeber was een rustige vriendelijke man, hij droeg altijd een blauwgrijs jasje en een grijze broek. En een das natuurlijk. Wij wisten dat hij enkele jaren geleden in Indië had gevochten tijdens de politionele acties. Alleen sprak hij daar nooit over. Zijn lessen herinner ik me als plezierig en vooral de handenarbeidles was een feest. Wij werkten bijna uitsluitend met klei. In de klas. De ene week boetseren en de volgende week het droge werk verven. Ik bezit nog enkele werkstukken uit die tijd! Gedateerd en wel. De vijfde klas. De sfeer in de vijfde klas, wij spreken nu over 1958, was anders dan in de andere klassen. Ik denk dat dat kwam omdat je het eindpunt zag naderen, je was bijna van school. Het lokaal zelf was ook anders, dat kwam omdat het aan het eind van de gang op de bovenverdieping lag, en daardoor kwam je de klas aan de achterkant binnen, terwijl alle andere klassen de deur rechts voor naast het bord hadden. Juffrouw Gisolf was een tamelijk strenge juf, je kon met haar geen grappen uithalen, ze had de wind er goed onder. Ik herinner mij dat in het voorjaar van 1959 de hoelahoep-rage was. Alle meisjes hadden zo’n ding en brachten hem mee naar school om op de speelplaats hun kunsten te laten zien. Ik zie nog voor me hoe al die hoepels achterin de klas, achter de achterste banken stonden tijdnes de les. Merkwaardig dat zo’n beeld je bij blijft. Tijdens het speelkwartier speelden de jongens met tollen en met knikkers. Een gleuf tussen twee stoeptegels was de pot. Het einddoel: de zesde klas. Het bereiken van de zesde klas was voor mij een feest. Ten eerste had je ineens een speciale status op school: zesdeklassers hoefden zich niet voor aanvang van de les in rijen op te stellen om zoals de andere kinderen onder leiding van de leerkracht keurig per klas het schoolgebouw binnen te gaan. Nee, een zesdeklasser ging gewoon op eigen gelegenheid het lokaal van meneer Koelma in, zij konden ook gewoon het gebouw in- en uitlopen tijdens het speelkwartier, er was ineens veel meer vrijheid. Bijzonder was ook dat de deur van het lokaal van meneer Koelma altijd open stond, ook tijdens de les. Dat lokaal was beneden, tweede van links. De leerlingen mochten tijdens de les wanneer zij daar zin in hadden ook gewoon het lokaal uitlopen om naar de wc te gaan, of water te gaan drinken uit het fonteintje dat recht tegenover het lokaal in de gang was. Die wc’s waren overigens niet bepaald fris. Ze stonken erbarmelijk, maar dat is dan eigenlijk ook het enige negatieve wat ik me van dat gebouw herinner. Binnekort volgt het tweede deel van de herinneringen van Tom Kruys

woensdag 30 maart 2011

Gymnastiek veertig jaar geleden en nu – deel 1

Marion Koper reageerde een jaar geleden op een artikel over ons onderzoek dat in de Oud Hagenaar had gestaan. Zij gaf veertig jaar geleden gymnastiekles op onze school en wilde daar graag over vertellen. Het idee ontstond om een vergelijking te maken tussen de gymnastieklessen van toen en die van nu. Wij hebben daarom ook gesproken met Jacqueline Heeg, die nu de gymlessen verzorgt op school.

Algemeen

Jacqueline startte begin jaren ’90 op OBS Benoordenhout. De school had toen nog twee locaties: Nijenrodestraat en de Dreibholtzstraat. De toenmalige gymjuf op school was Alice Weijnen zij wilde geen les meer geven aan de kleuters. Jacqueline begon eind 1990 met het geven van drie uur aan de kleuters. Ze gaf ook nog twee uur les aan de locatie aan de van Nijenrodestraat. Verder gaf ze nog 20 uur gymnastiekles op een andere school. Een jaar later in 1991 gaf Jacqueline les aan alle klassen van OBS Benoordenhout. Op een gegeven moment werkte Jacqueline volledig. Naast de gymlessen aan onze school en aan andere scholen gaf ze in de avond fitness en aerobiclessen bij de Raad van State en de Tweede kamer. Toen ze kinderen kreeg is ze minder gaan werken.

Marion heeft tussen 1969 en 1972 als vakleerkracht lichamelijke opvoeding gewerkt aan de Prof. Casimirschool. De heer Koelma was toen het hoofd der school. Een vriendelijke, wat gezette, correcte man, die Marion kent van het zitten achter zijn bureau in zijn kamertje. Voor juffrouw Mantz en juffrouw Gisolf telden vooral prestaties op leergebied. Fred Weeber was de enige waarmee je grappen kon maken. Hij was jong, wat de leerlingen aansprak en veel luchtiger in de omgang met de leerlingen. Er was in dit tijd een voorkeur voor leerlingen uit bepaalde gezinnen met "aanzien". De sfeer op school vond Marion afstandelijk en streng. Persoonlijke interesse voor/in de collega's was er niet en je moest je vooral "rustig en keurig" gedragen. Ze is gestopt met het geven van gymlessen op onze school omdat ze ging verhuizen naar Schiedam. Ze is daar weer 11 jaar gymles gaan geven aan diverse scholen, heeft Fitness opgezet bij openbaarvervoer de RET. Na een auto-ongeval is ze afgekeurd voor gymjuf en na herstel is ze trainer/coach geworden bij een arbeidsre-integratiebedrijf. Nu is ze oma en past iedere week twee dagen op in Nederland en voorheen ook nog in Engeland. Ze was ‘The Flying Granny Nanny’.

Foto uit 1968, leerlingen kwamen Marion thuis opzoeken. Bron: Marion Koper


Bewegingsuren en aandacht voor gymnastiek

Vroeger gaf Jacqueline nog twee keer in de week gym aan alle groepen. Inmiddels nog maar één keer in de week aan groep drie tot en met acht. Deze lessen vinden plaats in de gymzaal van de Paschalisschool. De juffen begeleiden de kinderen dan naar deze gymzaal. De kleuters krijgen tegenwoordig les van hun eigen juf in een gymzaal van de Oranje Nassauschool. Het is niet zo dat de school gym niet belangrijk vindt maar er is simpelweg te weinig geld voor meer lessen. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat de school geen eigen gymzaal heeft en dus een gymzaal moet huren voor de gymlessen. Ook het aantal zwemlessen is afgenomen. Vroeger kregen groep vijf en zes zwemles en nu alleen nog maar groep vijf. De vorige directeur -Peter Link- had het op een gegeven moment voor elkaar gekregen dat ze de gymzaal van het Maerlantlyceum tussen drie en vier uur konden gebruiken. Jacqueline gaf dan na schooltijd extra sportlessen voor kinderen van groep vijf en zes.


Foto van groep 4 in december 2010 in de gymzaak van de Paschalisschool. Jacqueline staat middenachter in een wit trainingsjack.


In de tijd dat Marion gymlessen gaf op school werden er meer gymlessen gegeven. De klassen drie tot en met zes kregen twee maal per week 45 minuten les in de gymzaal van school die inmiddels gesloopt is. Er moest muisstil en in keurige rijen van en naar de gymzaal gelopen worden. Het stoorde Marion dat ze de kinderen moest halen en brengen en dat ging dan van de kostbare gymtijd af. In de loop van de tijd heeft ze ervoor gezorgd dat de leerkrachten de leerlingen zelf brachten en haalden zodat ze continue door kon gaan met haar lessen. Gym was vooral op deze school in de ogen van de juffen niet zo belangrijk.


Gymlessen

Jacqueline geeft aan dat er vroeger vaak klassikale lessen werden gegeven. Kinderen moesten dan lang in de rij staan voordat ze aan de beurt waren om bijvoorbeeld over de bok te springen. Haar lessen zijn nu anders opgebouwd. Ze vertelt meestal aan het begin van de gymles klassikaal wat de bedoeling is van de les en doet dan een warming up. Vervolgens is er meestal een circuitje dat zo is opgezet dat alle leerlingen continu in beweging zijn. Ze probeert zoveel mogelijk te differentiëren, zodat alle kinderen op hun eigen niveau mee kunnen doen aan de gymles en het ook leuk vinden. Kinderen hoeven niet
hoger dan ze durven. De lessen eindigen met een slotspelletje.



Foto´s gymles groep 4. Eerst klassikaal uitleg wat de bedoeling is en na een warming-up volgt een circuitje.

Marion gaf toen ze begon in 1967 inderdaad klassikaal les. Daar is echter binnen twee jaar al verandering in gekomen. Ze was/is een groot voorstander van veel en veelzijdig bewegen. Ze maakte daarom veel bewegingsbanen die aangepast konden worden aan diverse niveaus. De kinderen vonden de lessen geweldig. Marion geeft aan dat er veertig jaar geleden weinig interesse was in Lichamelijke Opvoeding. De meeste leerkrachten vonden het lekker even "niets" doen als de kinderen gym hadden. Om hier verandering in te brengen heeft ze geprobeerd de leerkrachten erbij te betrekken wat een moeizaam proces is geweest. Marion is een groot voorstander van VAKleerkrachten omdat we anders BEWEGINGSARMOEDIG onderwijs krijgen.


Gymzaal en speellokaal

De lokalen waar nu de bovenbouwklassen zitten, was vroeger de oude gymzaal. Jacqueline vond het een ideale zaal. Peter Link, zelf een sportief type, was erg pro-gymnastiek en ze kon elk jaar materialen bij bestellen. In het verbouwingsjaar werden de gymlessen gegeven in de gymlokalen van het Maerlant lyceum. Door de verbouwing verhuisde het speellokaal (het lokaal waar nu Warisha zit) naar het noodgebouw op het terrein van het Maerlant lyceum. Dit speellokaal is later helemaal verdwenen.

Marion heeft ook lesgegeven in de ´prachtige oude gymzaal´. Leerlingen moesten destijds muisstil en in keurige rijen van en naar de gymzaal lopen.

- wordt vervolgd-

donderdag 10 februari 2011

Iris de Loos -40 jaar in vogelvlucht van Marlot naar Benoordenhout

Op dit blog mag een artikel over Iris de Loos uiteraard niet ontbreken. Dit jaar vierde ze haar 40-jarig jubileum als juf. Ze is al sinds de jaren 70 verbonden aan onze school. In dit artikel een kort overzicht van haar loopbaan en de ontwikkelingen op de school, in het volgende artikel gaan we in op andere aspecten als haar ervaringen, veranderingen in het onderwijs enz.

Iris begin jaren ’70.

Marlotschool
Op haar 21e haalde Iris haar hoofdakte aan de Pedagogische Academie en ging net als Marijke op sollicitatiegesprek bij de heer Ringelberg in de Javastraat (voor meer info: http://obshistorie.blogspot.com/2010/04/marijke-enninga-en-de-historie-van-obs.html). Iris woonde toen in Voorburg en wilde graag dichtbij huis werken. Aan het begin van het schooljaar 1970/1971 ging Iris werken in de vierde klas van de Marlotschool.

De Marlotschool was een kleine, mooie school. Het was oorspronkelijk een soort landhuis, dat is aangepast om te dienen als school. De lokalen waren zowel beneden als boven hoog. Achter de school was een flinke ruimte, die ook werd gebruikt door de school bijvoorbeeld bij sportdagen. Aan de voorkant was een vijver. Het was idyllisch. De school stond in een goede buurt. In het begin kwamen de leerlingen vooral uit de wijk zelf . Later ook uit Mariahoeve en andere wijken. Mies Beck was in die periode het hoofd van de school. In 1973 werd Van Ossane directeur van de Marlotschool.


Marlotschool

Overstap naar prof. Casimirschool
Door een veranderende werksfeer op de Marlotschool heeft Iris na anderhalf jaar samen met een collega overplaatsing aangevraagd. Het schooljaar 1971/1972 werd nog afgerond op Marlot. De heer Ringelberg gaf aan dat er een plek vrij kwam op de Prof. Casimirschool omdat er een juf met zwangerschapsverlof ging. Hij vroeg haar of ze het niet vervelend vond dat het team wat ouder was. Iris vond dat geen probleem en ging bij de school kijken en toen ze op het plein bij de school stond, voelde het meteen vertrouwd. Inmiddels had ze een brommer gekocht van het geld dat ze tot nu toe verdiend had en kon ze met de brommer naar school. Het hoofd van de school was toen Jan Koelma. Iris vertelt dat hij al wat ouder was en gezag uitstraalde. Hij had gevoel voor humor en had hart voor zijn team.


V.l.n.r. mevr. Gisolf, mevr. Mantz, heer Koelma, Iris de Loos, mevr. Mendez

Fusie met de Marlotschool
De leerlingenaantallen in heel Den Haag namen begin jaren 70 af. Ook op de Marlotschool en de Prof. Casimirschool. Besloten werd om beide scholen samen te voegen. Officieel gebeurde dit op 01-08-1975. De heer Koelma moest vanwege gezondheidsproblemen rustiger aandoen en dus werd de heer Van Ossane de directeur van de samengevoegde school. In het begin werden nog beide locaties aangehouden en pendelde Van Ossane heen en weer. Niet alle leerlingen van de Marlotschool gingen naar de Prof. Casimirschool. Leerkrachten die van de Marlotschool meegingen naar de prof. Casimirschool waren Ronald Jongkind, Ilse Palm en Marijke Jahreis.

Fusie Nijenrodeschool
Zoals bekend uit het artikel over Marijke Enninga fuseerde de prof. Casimirschool met de Van Nijenrodeschool. Over het waarom voor de locatie aan de Dreibholtzstraat werd gekozen, herinnert Iris zich dat het o.a. belangrijk was om het Openbaar Onderwijs ten oosten van de Wassenaarseweg te behouden en je had minder met concurrentie te maken. Het was ook een besloten en knus gebouw. Iris heeft ook zelf in de Nijenrodeschool lesgegeven toen de gymzaal aan de Dreibholtzstraat werd verbouwd.
Meer over deze fusieperiode is te lezen in het artikel over Marijke: http://obshistorie.blogspot.com/2010/06/marijke-enninga-en-de-fusie-van.html.

Uiteindelijk werd na deze fusie in 1985 voor de naam OBS Benoordenhout gekozen. Begin jaren ’90 volgden Peter Link en Greetje Hartman Van Ossane en Astrid Versluijs op.
Iris geeft aan dat er door de jaren heen zoveel om haar heen veranderd is, dat er weinig aanleiding was om zelf van school te veranderen. Zo is ze ook benieuwd naar de nieuwbouw die op stapel staat. In september 2010 vierde Iris de Loos haar 40-jarig jubileum aan onze school.


40 jaar juf!

donderdag 27 januari 2011

Persoonlijke ervaringen Greetje Hartman

Van Ossane
Greetje Hartman en Peter Link namen in 1991 de leiding over de Benoordenhoutschool over van Tom van Ossane en Astrid Versluijs. Voordat Greetje Hartman op deze school ging werken, was ze directeur van de school Belgisch Park in Scheveningen. In die hoedanigheid had ze af en toe contact met Van Ossane. Hij was altijd keurig in pak en had een wat formele autoritaire werkwijze. Greetje vond het vertrek van de heer Van Ossane van de Benoordenhoutschool en met de name de wijze waarop pijnlijk. Hij kreeg opeens te horen van de gemeente dat zijn aanpak niet goed was en hij kreeg ook niet meer de mogelijkheid om zijn werkwijze aan te passen. Ook een outplacementtraject was toen niet gebruikelijk. De heer Van Ossane is niet lang na zijn vertrek ziek geworden en overleden.

Samenwerking Greetje en Peter
Greetje en Peter hadden een taakverdeling afgesproken en de samenwerking was in het begin onderling erg goed. Greetje was verantwoordelijk voor de onderbouw en Peter voor de bovenbouw. Ze hadden beiden de energie om er wat van te maken. Na verloop van tijd bleek dat ze bepaalde zaken anders wilden aanpakken. Greetje wilde bijvoorbeeld docenten liever coachen om ze zo voor te bereiden op moeilijke gesprekken met ouders en Peter ging er dan liever zelf bij zitten om ze te ondersteunen. De docenten hebben destijds een NLP-cursus gevolgd om om te gaan met de mondige (soms lastige) Benoordenhout-ouders.

Foto Greetje en Peter op de directeurskamer

Inboedel Belgisch Park
Greetje is destijds met een vrachtwagen naar onze school gereden met daarin lesmateriaal (waarvan we nog het een en ander op zolder aantroffen) en meubilair (onder meer de nu wat verlopen tafels en stoelen in de docentenkamer). Greetje nam ook een kunstwerk van Eric Dordregter mee van het Belgisch Park. Eric Dordregter is bekend om zijn graffititechniek en hij heeft veel voetballers geportretteerd. Het kunstwerk stelde twee kinderen met rugzakjes voor. Het kunstwerk heeft ook in de krant gestaan. Het is eerst mee verhuisd naar de Nijenrodeschool en later naar de Dreibholtzstraat. Het werd bevestigd aan de zijkant van de school (waar vroeger de gymzaal zat). Helaas is het niet goed onderhouden. Greetje zag dit met lede ogen aan als ze wel eens langs de school reed. Nu hangt het er niet meer. Greetje vraagt zich af wat er mee is gebeurd.


Belgisch Park in Scheveningen met boven de ingang het kunstwerk van Eric Dordregter. Bron: www.haagsescholen.nl

Docententeam en L.O.L.
Het docententeam ging goed met elkaar om, maar privé waren er niet zoveel contacten. Greetje had buiten het werk om wel contact met Peter. Verder herinnert ze zich dat ze bij de kaasmarkt in Gouda zijn geweest en bij een collega hebben gegeten. Greetje heeft nog samengewerkt met Iris, Marijke, Michèle, Jacqueline Heeg en Jaqueline de Vrij. Verder herinnert ze zich nog Marijke Jahreis en Judith Vrielink. Judith Vrielink was een jonge, lieve leerkracht die uit het oosten van Nederland kwam. In die tijd kwamen er ivm een lerarentekort in het Westen veel jonge leerkrachten uit het oosten van Nederland naar Den Haag om hier te werken. Vaak kenden zij hier weinig mensen en hadden ze in het begin moeite om hun draai te vinden. Greetje heeft toen Leerkrachten Ondersteunen Leerkrachten (LOL) opgericht. Dit was een werkgroep waarin deze jonge docenten elkaar konden ondersteunen en tips konden uitwisselen over goede wijken om in te wonen, uitgaan etc. Over LOL is toen ook nog een tv-programma gemaakt. Judith maakte ook onderdeel uit van deze werkgroep en daardoor had Greetje meer contact met haar. Later is zij weer naar het oosten van het land verhuisd en helaas jong overleden.
Greetje was het meest geïnteresseerd in kinderen die als lastig bekend stonden. Zij wilde graag achterhalen wat de oorzaak was van hun gedrag. In die tijd was er nog geen intern begeleider op de school.

Terug op school
In 1996 ging Greetje met zwangerschapsverlof en door het overlijden van haar man kort daarna is Greetje nooit meer terug geweest op school. Bij haar thuis ligt zelfs nog een sleutelbos van de school. Ze vindt het achteraf gezien best gek, dat ze nooit afscheid van de kinderen, ouders en collega’s heeft genomen. Ze vindt het daarom bijzonder om nu door de school te lopen en ook enkele docenten van toen weer even te zien en kort te spreken. Greetje merkt op dat het schoolgebouw niet is veranderd in de afgelopen jaren en dat er weinig aan onderhoud is gedaan. Op zolder stonden zelfs nog een paar dozen met persoonlijke spullen van Greetje die ze nu naar huis heeft meegenomen.

dinsdag 11 januari 2011

Greetje Hartman, directeur 1991-1996

Greetje Hartman is na de zomervakantie van 1990 op de Benoordenhoutschool begonnen. Ze was daarvoor directeur van de school Belgisch Park in Scheveningen. Toen Greetje op haar 24ste directeur werd van Belgisch Park was het nog een klassikale school. Greetje heeft deze school in een paar jaar tijd omgevormd tot een Daltonschool. Toen Belgisch Park werd opgeheven door de gemeente kreeg ze het aanbod om op de Benoordenhoutschool te gaan werken. De Benoordenhoutschool had toen nog twee vestigingen en Greetje begon aan de vestiging in de Nijenrodestraat in een kleutergroep.














Greetje in een kleuterklas (onduidelijk is welke school het betreft)

Toen Greetje begon op de Benoordenhoutschool hadden Tom van Ossane en Astrid Versluijs de leiding over de school. In 1991 volgden Peter Link en Greetje Hartman Van Ossane en Versluijs op. De directiewissel betekende een enorme omslag voor de school. De contacten tussen de ouders en de school werden losser en minder formeel.

Foto Peter Link en Greetje Hartman

Greetje wilde in het begin net als op Belgisch Park zelfstandig werken introduceren op de Benoordenhoutschool waar vooral klassikaal werd lesgegeven. Een aantal docenten zag dat echter niet zitten. Ze waren moe van de nieuwe dingen die op ze af waren gekomen.

Aan het samenvoegen van de twee vestigingen moest sommige docenten, leerlingen en ouders wel even wennen. Het doorbreken van bepaalde tradities was soms lastig. Greetje herinnert zich dat er huilende ouders en leerkrachten waren omdat Sinterklaas op een andere wijze gevierd zou worden. Een nadeel van het schoolgebouw aan de Dreibholtzstraat was dat er zo weinig kon qua ruimte. Greetje fantaseerde destijds wel eens wat er mogelijk zou zijn als het woonhuis een onderdeel van de school zou kunnen worden. Het huis was toen nog niet verkocht door de gemeente, maar werd verhuurd.

Het dreigende tekort aan leerlingen speelde in die jaren ook een rol. Een middel om meer leerlingen te trekken was het opzetten van naschoolse opvang. Met Greetje kwam ook Elly Oosterbaan mee naar de school. Elly heeft toen voor de school naschoolse opvang opgezet. Later zorgde zij ook voor vakantieopvang. Eerst zat de opvang in de Nijenrodestraat, later in de (inmiddels weggehaalde) barakken bij het Maerlantlyceum. Overdag zat Dribbel daar en na school dus de naschoolse opvang.

Toen Greetje in 1996 met zwangerschapsverlof ging, had ze voor zichzelf besloten dat ze na haar verlof nog een half jaar of anderhalf jaar terug naar de OBS Benoordenhout wilde en dat ze daarna een nieuwe loopbaanstap wilde maken. Greetje is echter door de ziekte en het overlijden van haar man nooit meer terug geweest.


Recente foto van Greetje Hartman (bron: http://inthart.nl/)

Greetje heeft na haar zwangerschapsverlof nog even op de school van haar kinderen gewerkt en heeft daarna een eigen praktijk voor rouwverwerking voor met name kinderen opgezet (zie: http://inthart.nl/). Ze begeleidt nu gezinnen maar ook scholen bij het verwerken van het verlies van een overledene. Ze is dit gaan doen omdat ze zag hoe belangrijk begeleiding was voor haar zelf en haar eigen kinderen na het overlijden van haar man.

donderdag 7 oktober 2010

25 jaar OBS Benoordenhout



We hebben het niet gevierd maar afgelopen zomer bestond de OBS Benoordenhout 25 jaar. In dit artikel gaan we in op het einde van de Van Nijenrodeschool en de Prof. Casimirschool en de totstandkoming van de OBS Benoordenhout.

Wet op het basisonderwijs
Met ingang van 1 augustus 1985 werd de Wet op het basisonderwijs ingevoerd, waardoor de kleuterschool en de lagere school verdwenen. Aanleiding was onder meer de slechte aansluiting tussen de kleuterschool en de basisschool. Veel leerlingen bleven destijds zitten in de eerste klas. Door het samenvoegen van een lagere school en een kleuterschool ontstond een basisschool met acht groepen. Het hoofd der school werd een directeur en de onderwijzers leraren. Ook werden nieuwe vakken geïntroduceerd zoals Engelse les.

Dalende leerlingenaantallen
Op de openbare lagere scholen in Benoordenhout liepen begin jaren ’80 het leerlingenaantal sterk terug (zie onderstaand figuur).



De gemeente Den Haag had als uitgangspunt dat er in elke wijk tenminste 1 openbare school moest zijn. Volgens de Overgangswet op het Basisonderwijs moest een lagere school in Den Haag ten minste 95 leerlingen hebben om een basisschool te kunnen worden. De gemeente constateerde dat gelet op het leerling-potentieel in Benoordenhout er geen toekomst was voor twee levensvatbare openbare basisscholen.

Fusie
Er werd besloten om de twee scholen te fuseren. Beide schoolgebouwen werden aangehouden omdat het sluiten van een gebouw waarschijnlijk zou leiden tot leerlingenverlies. Per 1 april 1984 vertrok het hoofd van de Van Nijenrodeschool de heer H. Stel. De heer Van Ossane werd vrijgesteld van lesgevende taken om zich aan de fusie te kunnen wijden. Per 1 augustus 1985 werd Van Ossane de directeur van de gefuseerde school. Het kleinere gebouw aan de Dreibholtzstraat werd de hoofdvestiging en het gebouw aan de Van Nijenrodestraat de nevenvestiging

.
Links de hoofdvestiging aan de Dreibholtzstraat en rechts de nevenvestiging aan de Van Nijenrodestraat

Nieuwe naam
De gemeente had aan de hoofden der school in Den Haag gevraagd of ze een suggestie wilden doen voor een nieuwe naam voor hun school. Onze school werd vernoemd naar de wijk waarin de school staat: Benoordenhout.

woensdag 1 september 2010

Sylvia Metman

Zoals we in het vorige artikel schreven zijn we tijdens ons onderzoek in contact gekomen met Sylvia Sindram-Metman, dochter van het hoofd van de school van waarschijnlijk 1937 tot 1953. Toen Sylvia werd geboren op 26 juni 1944 woonde het gezin in Wassenaar. In de oorlog is de familie geëvacueerd naar de Appelstraat in Den Haag. Toen Sylvia 2 jaar was verhuisden ze naar de Wassenaarseweg 55, het huis bij de school.

Ouderlijk huis
Het huis dat bij de school hoorde was een fijn huis. In de voor- en achtertuin stond een appelboom waar kwajongens appels kwamen plukken. Ze hadden herdershonden en een poes. De Bruynzeelkeuken vormde een centrale plek in het huis. Op zaterdagavond gingen ze daar soms kroketten eten. En dan later in de zitkamer tv kijken en spelletjes doen. Er kwamen ook altijd veel vriendinnetjes over de vloer, dat vond haar moeder ook erg belangrijk, omdat Sylvia enig kind was.

Schoolherinneringen
Sylvia zat zelf niet op de kleuterschool die in de school zat. Haar vader leerde haar wel al dingen en ze ging wel eens naar het nulklasje van mevrouw Borgers. Op deze manier kon ze de eerste klas overslaan en begon ze meteen in de tweede klas. Sylvia kijkt terug op een fijne schooltijd. Ze begon nadat ze het nulklasje bij juffrouw Borgers had gedaan in de tweede klas bij juffrouw Bosz . De heer Bouche gaf les in de vierde en de heer Koops in de vijfde klas. In de zesde klas kreeg ze les van de heer Koelma. De kinderen kregen handwerkles van juffrouw van Guchten. Ze leerde de meisjes bijvoorbeeld sokken breien. Jongens kregen tegelijkertijd handenarbeid. De heer Rikkers was de conciërge van de school. Zijn vrouw Grada hielp haar moeder in het huis.



Pensionering van de heer Metman. Anja Haakman en Ineke van Hemmen bieden de heer Metman een aktetas aan. Met dank aan Ineke Spaans-van Hemmen

Ook van de leerlingen herinnert ze nog veel kinderen, bijvoorbeeld Anja Haakman waar ze nu nog contact mee heeft. Ze heeft sinds kort ook weer contact met Ineke van Hemmen. Verder herinnert ze zicht o.a. Hans Stakenburg, Japie Lans, Paul Oord, Hans Oei, Lia de Rotte, Els Dreese, Rolf en Frans Lauret.

Sinterklaas"feest" in de gymzaal, 5 december 1950. Links Ineke van Hemmen, daarnaast Lita, erachter Elsje Dreese en daar schuin achter Anja Haakman. Naast Lita zit Sylvia Metman en links bovenin de foto zit Hannie Smid. Met dank aan Ineke Spaans-Van Hemmen

Na de pensionering in 1953 van haar vader bleef de familie Metman in het huis bij de school wonen. Al kort daarna in 1955 overleed haar vader aan een hartinfarct. Sylvia zat inmiddels op het Maerlantlyceum. Ook daarna bleven Sylvia en haar moeder in het huis wonen. Haar moeder nam daarna kinderen van diplomaten in huis. Soms woonden er wel 7 kinderen in het huis en sliep haar moeder op een uitklapbed in de woonkamer. De meeste kinderen zaten op de middelbare school. Sylvia heeft fijne herinneringen aan die tijd. Voor haar moeder was het hard werken om voor al deze kinderen te zorgen. De zorg ging ver, zo voerde zij bijvoorbeeld voor deze kinderen ook de oudergesprekken op school. En in de avond moest ze de school in om met een grote kolenschop kolen op het vuur te gooien zodat het huis werd verwarmd.

Na school

Ook nadat Sylvia zelf niet meer op school zat, had ze contact met docenten. De heer Koelma noemde zij bijvoorbeeld ‘ oom Jan’. Nadat ze de kweekschool had doorlopen, heeft Sylvia nog een aantal jaar lesgegeven in Den Haag. Eerst op een school in een slechte wijk in Den Haag. Later heeft ze op Wolters lesgegeven, een totaal andere school dan de eerste.

Sylvia is op haar 24ste vanuit haar ouderlijk huis getrouwd. Haar moeder is er tot begin jaren zeventig blijven wonen. Uiteindelijk kon ze door haar ziekte daar niet meer blijven wonen. Daarna is de conciërge van het Maerlant in het huis gaan wonen.

Sylvia woont nu met haar man in Kassel.


Recente foto van Sylvia Sindram-Metman. Bron: http://typo3.p121421.mittwaldserver.info/