woensdag 18 november 2009

Herinneringen van Wya Schimmel-Bonder aan OLS Weissenbruchstraat 190

Introductie
Na een oproep in de krant Oud Hagenaer in september nam mevrouw Schimmel-Bonder contact met ons op. Kort daarna brachten wij een bezoek aan haar en haar man in het Benoordenhout. Mevrouw Schimmel was in 1935 begonnen op de OLS Weissenbruchstraat en in 1977 verliet haar jongste dochter de prof. Casimirschool. Hieronder volgt het eerste deel van de herinneringen van mevrouw Schimmel aan de school die zij voor onze weblog optekende. Over twee weken volgt een tweede artikel over haar herinneringen aan de school. Wij willen mevrouw Schimmel hartelijk danken voor haar medewerking en bijdrage aan ons onderzoek.

OLS Weissenbruchstraat 190
Begin 1935 gingen mijn ouders in het Benoordenhout wonen, omdat zij van vrienden die sinds enkele jaren in deze nieuwe wijk woonden, hadden gehoord dat er een goede openbare school was. Zij huurden een benedenhuis in de Bildersstraat - nu Johannes Bildersstraat (huur 48 gulden). Ik ging eerst naar de kleuterschool en daarna op 1 september 1935 naar de lagere school.


Foto uit 1938 of 1939. De foto is in werkelijkheid 20 bij 95 cm. Bron: Wya Schimmel-Bonder

De docenten
Het hoofd van de school mevrouw De Vries - Blikslager ging toen net met pensioen. Zij werd opgevolgd door meneer Metman. Ik had achtereenvolgens als leerkrachten: mevrouw Schamhart, mevrouw Kruse Schmitt, meneer Kamphuis (hij vertelde mijn vader ooit dat hij hoewel gediplomeerd, het salaris had van een kwekeling, 25 gulden per maand), meneer Ensel, meneer Boogaard en meneer Metman.

Het onderwijs
Het was een moderne school. In zes jaar werden de leerlingen opgeleid voor de middelbare school. Ook het taalonderwijs was modern; wij kregen al de spelling-Marchant, terwijl op veel scholen nog de spelling-De Vries en Te Winkel werd gebruikt. In de vijfde en zesde klas kregen wij Franse les. Er was een aparte tekenleraar en een handwerkjuffrouw. Handwerken werd gegeven in een speciaal lokaal, maar er was nog niet zoals op sommige neutraal bijzondere scholen, een handenarbeid lokaal voor de jongens. Het gymlokaal deelden we met de katholieke school. Jongens en meisjes kregen in de hoogste klassen apart gym. Voor wie dat wilde was er ook godsdienstonderwijs. Er was keus uit vrijzinnig of orthodox.

Vervolgonderwijs
Het was inderdaad een goede school. Bijna iedereen was na zes jaar klaar voor het middelbaar onderwijs. Je moest toen nog toelatingsexamen doen. De meeste leerlingen gingen naar het dichtbij gelegen Lyceum aan de Bildersstraat (nu Maerlant Lyceum). Enkelen gingen naar andere scholen zoals het Nederlands Lyceum, het VCL en de Handelsdagschool .

Het schoolgebouw
Ik heb nog enkele foto’s van de schooltijd, de interessantste is wel een heel lange foto (zie hier boven). Daarop zie je de school, een semipermanent gebouw bedoeld voor de leerlingen van het tweede gemeentelijk gymnasium, in afwachting van het gereed komen van de school aan de Bildersstraat. Nadat het gymnasium het gebouw had verlaten bestemde de gemeente het voor een openbare lagere school. Omdat er onvoldoende leerlingen waren verhuurde zij de helft aan een katholieke school. Die kreeg de ingang aan de Bisschopstraat. De katholieke kinderen mochten niet met ons spelen. Wel kwamen zij een keer na schooltijd naar ons toe roepende: “die Willem van Oranje van jullie is een ketter”. Dat werd een handgemeen!

Plattegrond van de school. Rechts zat de openbare school met de ingang aan de Weissenbruchstraat. Links de katholieke school met de ingang aan de Bisschopstraat. Bron: Ditzhuyzen, R.E. (2003) Kroontjespen, catechismus & mondige ouders: Portret van de Haagse (Sint) Paschalisschool.

Leerling-populatie
Als ik deze foto’s bekijk herinner ik mij nog veel namen van kinderen en ik weet nog waar zij woonden en van sommigen ook het beroep van hun vader (moeders hadden toen nog zelden een beroep).
De meeste woonden vrij dicht in de buurt van de school, maar er waren er ook uit de Javastraat, de Nieuwe Uitleg , het Tournooiveld en de Lange Poten. Er was in de Van Nijenrodestraat nog een openbare lagere school waar de kinderen uit de andere delen van het Benoordenhout heen gingen.
Veel vaders van de kinderen waren ambtenaar, waaronder nogal wat beroepsofficieren.Ook wel waren ze employee bij de BPM of bij de PTT. De vrije beroepen waren eveneens vertegenwoordigd: arts, apotheker, advocaat, makelaar. En natuurlijk was er de middenstand. Veel kinderen woonden dan ook bij de winkel.
Een bijzondere groep vormden de verlofgangers uit Indië. Die woonden in pensions o.a. aan de Van Alkemadelaan, of zij hadden voor zes maanden een gemeubileerd huis gehuurd. De kinderen moesten natuurlijk naar school en zo hadden wij altijd wel kinderen uit Indië in de klas. Het was natuurlijk interessant. Vaak hadden zij een baboe meegebracht. Een enkele keer waren er ook verlofgangers uit Suriname. Zij hadden een Kota Missie in zeer kleurrijke kleren.

Oudschoolgenoten
Daar ik tot ik 26 jaar was in het Benoordenhout heb gewoond en er in 1971 weer terug ben gekomen, ontmoette ik nog wel eens oud-schoolgenoten of hoorde over hen. De goede basis die op de school was gelegd stelde hen in staat allerlei vervolgopleidingen te volgen waardoor zij interessante posities bereikten. Op de foto’s zie ik hoogleraren in de dop, een president van de Hoge Raad, toneelspelers en een van de televisie bekende documentairemaker.
Veel van de kinderen op de foto - zij zijn geboren tussen ongeveer 1926 en 1935 – zijn inmiddels overleden.

Einde van het schoolgebouw
Het schoolgebouw bleef nog tot in deze eeuw staan. Na de oorlog kreeg de katholieke school het hele gebouw ter beschikking. Vlak voordat de school zou worden afgebroken ben ik er nog met drie vriendinnen binnen geweest. Het was niet veel veranderd. Alleen stond het er nu – te - vol met computers e.d. Ook was het slecht onderhouden. Het had echt, na bijna 80 jaar semipermanent te zijn geweest, zijn tijd wel gehad.

Wya Schimmel-Bonder

donderdag 5 november 2009

Ouddocent en jongensboekenschrijver H.J. Haarman


Bron: Marjan Schuddeboom. Bekend en onbekend. 2007.

Een paar oud-leerlingen gaven aan midden jaren 50 les te hebben gehad van een kinderboekenschrijver. Het zou gaan om de heer Haarman. Vervolgens zijn wij de bibliotheek en het archief ingedoken om meer over hem te weten te komen.

Hendrik Johannes Haarman (Henk) heeft 13 jongensboeken geschreven tussen 1941 en 1955. De titel van elf van zijn boeken begint met “de strijd….”, bijvoorbeeld ‘de strijd om de TT’. In de meeste van zijn boeken staan drie boezemvrienden centraal (Henry, Klaas en Wim), die spannende avonturen meemaken. De eerste boeken spelen zich af in de omgeving van Deventer en Zutphen de latere in Den Haag.


Twee kaften van boeken van Haarman (bron: www.oudejeugdboeken.nl)

Henk Haarman werd in 1914 in Deventer geboren. Nadat hij de kweekschool had afgerond vestigde hij zich in 1933 in Den Haag. Hij trouwde in 1943 en uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren. Dit huwelijk strandde in 1949. Zijn hobby’s waren jagen, vioolspelen en reizen. Hij wordt beschreven als een charmante, intelligente man.

Haarman had in Den Haag al op de Zonnebloemschool lesgegeven en waarschijnlijk op een school (in de buurt van) de schilderswijk. Wanneer hij precies is begonnen op de Prof. Casimirschool hebben we niet kunnen ontdekken. In ieder geval werkte hij er al toen hij begin 1955 hertrouwde. Dit blijkt uit een bedankbriefje dat hij schreef aan de oudercommissie voor het geschenk dat hij had ontvangen ter gelegenheid van zijn huwelijk. In het schooljaar 1955/1956 gaf hij les aan de zesde klas. Hij kon tot zijn spijt wegens ziekte zijn klas niet persoonlijk voor het examen afleveren. Op 12 september 1956 overleed hij op 41-jarige leeftijd. In het mededelingenblad voor de ouders/verzorgers van de leerlingen stond hierover het volgende:

"In memoriam H.J. Haarman
Op 12 september j.l. bereikte ons het droevige bericht van het overlijden van de heer Haarman. Hoewel hij reeds lange tijd de school verzuimde, had niemand de indruk, dat zijn ziekte van zo'n ernstige aard was. Hij was pas sinds korte tijd aan onze school verbonden, maar wij hebben hem leren waarderen als iemand, die veel voor de school over had. Wij zullen steeds aan hem blijven denken als aan een prettige en goede collega. De school heeft in hem een goede leerkracht verloren."


Bronnen:
Gemeentearchief Den Haag. Oudercommissie van de prof. Casimirschool. Toegangsnummer 0520-01.
Besemer, A.C. (2000). De Mannenbroeders van Kamersuitgeverij: Haarman & Afman. Sieca Repro Delft.
Besemer, A.C. (1996).Het dertien-, elf- en tiental van H.J. Haarman.
Schuddeboom, M. (2007). Bekend en onbekend: een aantal biografieën van bekende en onbekende auteurs van jeugdboeken. Hendrik Johannes Haarman, een schilderachtige man. Woerden: Free Musketeers.


NP

vrijdag 2 oktober 2009

Robert Schultink - Openbare Lagere School Weissenbruchstraat 190

De afgelopen berichten op de weblog gingen vooral over de Friedrich von Bylandtschule, een Duitse school. Deze school zat in het huidige gebouw van de OBS Benoordenhout. Maar onze school kent ook een geschiedenis op zich, los van het gebouw aan de Dreibholtzstraat. Tussen september 1926 en 1947 was onze school gevestigd aan de Weissenbruchstraat 190.


Robert Schultink bij de schoolfotograaf in 1941

Via Schoolbank.nl kwamen we in contact met Robert Schultink. Omdat zijn ouders groot voorstander waren van openbaar onderwijs kwam hij in 1940 in de 2e klas van de Weissenbruchschool bij juffrouw Peperkamp. Dat hij in de 2e klas terecht kwam, lag in het feit dat hij in november was geboren, ongunstig voor toelating op de lagere school. Destijds moest je op 1 september 6 zijn om naar school te mogen. Hiervoor was een oplossing gevonden middels “het klasje van mevrouw Borgers” in een particulier huis in de Weissenbruchstraat. Bij mevrouw Borgers werd je voorbereid op de 2e klas van de lagere school.


schoolfoto 4e klas Weissenbruchschool, september 1943
Staand helemaal rechts Helga Ruebsamen, zittend vijfde van rechts Robert Schultink

Robert Schultink herinnert zich nog hoe het aardrijkskundeonderwijs werd gestart met het maken van plattegronden op de grond van de klas en later van de school en de omgeving. Net zoals de les van de ‘Surinamer’; om ons te leren dat er ook mensen met een andere huidskleur bestonden en het wekelijks bezoek van de handwerkjuffrouw voor de meisjes, hetgeen een soort vrijaf voor de jongens betekende.

Ook op de lagere schoolperiode van Robert Schultink had de oorlog zijn invloed. In de 4e klas kreeg hij de heer Koelma die echter al voor Kerstmis was verdwenen. Dit blijkt uit het rapport uit die tijd dat niet door de heer Koelma is ondertekend maar door iemand anders, J.G. Vel(s?). Robert Schultink vermoedt dat de heer Koelma was ondergedoken.


Rapport 4e klas

Robert Schultink schrijft verder over de oorlogsperiode: “De bezetter eiste in november 1943 totale ontruiming van het Benoordenhoutkwartier. Mijn moeder (mijn vader was krijgsgevangen beroepsofficier), mijn broer en ik mochten in Den Haag blijven wonen. Mijn broer werd ingeschreven als leraar omdat hij bijles gaf aan de later zo bekende Haagse poppenspeler Frank Kooman. Ik kwam terecht op de Nutsschool in de Hollanderstraat. De rest van de vierde en de vijfde klas heb ik daar gedaan. Zover we tenminste naar school gingen. Ik miste dus de heer Koops die de vijfde klas in de Weissenbruchstraat deed.

Na de oorlog kwam hij in de zesde klas bij de heer Metman. Door de totale ontwrichting door de oorlog en de roes van de bevrijding was hij nog niet klaar voor de gang naar de middelbare school dus had hij het ‘genoegen’ de zesde klas twee maal te mogen doen. In 1947 ging hij naar het Maerlant Lyceum. Doordat hij de zesde doubleerde was hij een beetje de boodschappenjongen van meneer Metman. Hij mocht, op de fiets, door de gangen, briefjes naar de katholieke school brengen en dat vond hij natuurlijk een leuk uitje”.

Volgens Schultink lag de Weissenbruchschool als een wig tussen aan de ene kant de Protestants Christelijke Oranje Nassauschool en aan de andere kant de Rooms-katholieke lagere school in de andere helft van ons gebouw. De openbare en de katholieke school waren degelijk gescheiden, ieder een eigen ingang (Weissenbruchstraat/Bisschopstraat) en afzonderlijke speelplaatsen, maar het was regelmatig ‘vechten’ met de Oranje Nassau van de overkant, vooral in de sneeuwtijd.

Nadat Robert Schultink naar het Maerlant ging, deed eindexamen aan de Thorbecke HBS aan de 3e van den Boschstraat. Hij is werkzaam geweest in het toerisme, de organisatie van congressen, evenementen, beurzen en tentoonstellingen en werd gepensioneerd als algemeen directeur van een joint venture van de Jaarbeurs in Utrecht en de RAI in Amsterdam. Na de pensionering/VUT was hij nog tien jaar actief in vele ontwikkelingslanden voor het Programma Uitzending Managers PUM een activiteit van VNO-NCW.

Robert Schultink is de zwager van Olga Rodenko. Olga is het zusje van Paul Rodenko over wie we eerder schreven op onze weblog. Zowel Olga als Paul hebben op de Bylandtschule gezeten.

Wij willen Robert Schultink hartelijk bedanken voor zijn bijdrage aan ons onderzoek.
MK

donderdag 17 september 2009

Interview van Hein en Nienke met hun oma Gisela Bunge, die van 1946 tot 1951 ook op deze school zat.

Zat de directeur in dezelfde kamer als nu?
De directeur werd hoofd van de school genoemd en woonde in het huis dat aan het schoolplein staat. Hij heette meneer Metman.
Zijn kamer was dezelfde als van meester Sacha. De juffen en meesters dronken daar koffie. Je mocht er nooit binnen komen behalve als je voor straf de klas was uitgestuurd en bij meneer Metman moest komen.

Wat was je lievelingsjuf of -meester?
Ze waren allemaal aardig, het meest meneer Koops van klas 5 ( groep 7). Er was een speciale juffrouw voor handwerken, juffrouw van der Guchten. De meisjes moesten één middag in de week naar handwerkles, de jongens mochten dan knutselen. Wij moesten bijvoorbeeld een pannenlap breien. Als je die af had knipte de juffrouw er een gat in dat je netjes moest stoppen (repareren). Ik vond het vreselijk en heb heel wat straf gehad omdat ik niet goed mijn best deed.

Waar gymden julie?
In die tijd was er geen groep 1 en 2 , de kinderen jonger dan 6 jaar gingen naar een aparte kleuterschool. Waar nu groep 6, 7 en 8 zitten was het gymlokaal en het koffie-huisje was de kleedkamer. In het gymlokaal waren ook feestavonden.

Wat was je lievelingsvak?
Lezen was mijn lievelingsvak vooral omdat er in die tijd thuis niet veel boeken waren. De openbare bibliotheek was ver weg. Je kon wel boeken lenen in een winkel aan de van Hoytemastraat maar dat was duur.

Wat was je lievelingslokaal?
Dat weet ik niet meer. Van binnen waren ze allemaal hetzelfde met drie rijen schoolbanken. Niet zo gezellig met tafels en stoelen in groepjes zoals nu. In de schoolbank zat een inktpotje - met inkt- waar de jongens die achter mij zaten graag stiekem mijn vlechten in stopten!

Wat waren de straffen?
Het begon met in de hoek staan. Erger was op de gang staan. Heel erg als je naar de directeur moest. Je kon ook strafregels krijgen. Dan moest je bijvoorbeeld 20 keer zoiets schrijven als “ik mag niet praten onder de les”.

Wat vond je van school?
School was leuk. Bijna iedereen liep zelf naar school. Haast niemand werd gebracht.
Onderweg kon je met andere kinderen spelen. Wij gingen tussen de middag ook naar huis van twaalf tot half twee. Het leukste was het kamp op de Veluwe in groep 8.

Haalde je wel eens kattenkwaad uit?
Ik heb veel kattenkwaad uitgehaald. Ik las de boeken van Dik Trom. Dat ging over een jongen die altijd gekke dingen deed. En die probeerde ik dan na te doen.

Wat voor toestellen stonden er op het schoolplein?
Er waren geen speeltoestellen. Wij namen zelf knikkers en springtouwen mee. Met krijt maakten we hinkelbanen.

Hadden jullie wel eens een schoolreisje?
Wij hadden geen schoolreisjes maar wij gingen wel eens naar een museum.
Alleen aan het eind van de schooltijd gingen wij een week naar de Veluwe. Dan was het toelatingsexamen geweest op de school waar je naar toe zou moeten gaan. Je moest dan daar een hele dag examen doen. Dat was heel spannend. Daar moest je het hele jaar voor oefenen. Heel veel jaartallen leren voor geschiedenis, maar ook bijvoorbeeld aardrijkskunde, taal en rekenen.

donderdag 3 september 2009

Bezoek aan klooster in Echt

Zoals reeds aangekondigd op de weblog zouden we na de vakantie verslag uitbrengen van ons bezoek aan het klooster in Echt. Tijdens het onderzoek de afgelopen maanden hebben we ontdekt dat de leerlingen van de toenmalige Friedrich van Bylandtschule een deel van de oorlogsjaren hebben doorgebracht in het klooster in Echt.


het klooster Lilbosch in Echt

In de oorlogsjaren werden Duitse kinderen tussen 8 en 16 jaar uit de grotere steden die gebukt gingen onder geallieerde bombardementen, vaak ondergebracht op een veilige plek in zogenaamde KLV-kampen (Kinderlandverschickung). Daar werden ze opgevoed en kregen onderwijs volgens de principes van het nationaal socialisme. Naast leraren speelde ook de Hitlerjugend/Bundesmädel een rol in het dagprogramma van de kinderen.

Het klooster en het aangrenzende Bernarduscollege werden in 1942 door de Duitsers gevorderd. De Duitse monniken werden ingelijfd in het Duitse leger. De overige monniken vertrokken noodgedwongen naar andere kloosters in Nederland. De leerlingen van het Bernarduscollege werden naar huis gestuurd. Het klooster en het College werden toegewezen aan de Kinderlandverschickung. Inmiddels was onze school een Deutsche Volkschule geworden (en verhuisd naar de Waalsdorperweg). De kinderen uit de klassen 5 t/m 8 zijn samen met hun docenten van april tot en met oktober 1943 in het klooster in Echt geweest.

Het klooster bleek nog te bestaan en is nog in gebruik. We stuitten tevens op een onderzoek van René Rutten, die zich met name in de oorlogsjaren van het klooster heeft verdiept. Al snel ontstond het idee om dit klooster te bezoeken in combinatie met een afspraak met René Rutten, zodat eventueel informatie kon worden uitgewisseld. Vlak voordat we naar het klooster gingen hadden we intensief gelezen in de dagboeken van een van de docenten van de Friedrich van Bylandtschule die o.a. over zijn verblijf in het klooster schrijft.

René Rutten en Nicolien Pinkse in het klooster

Op maandag 13 juli 2009 vertrokken we richting Echt alwaar we door René Rutten werden opgewacht. Hij bracht ons naar het klooster en heeft ons voorgesteld aan de gastenbroeder Johannes en overste Malachias met wie we tevens een gesprek hebben gehad over ons onderzoek. We zijn zowel door René Rutten als door de monniken zeer hartelijk ontvangen. Ook waren we in de gelegenheid om het materiaal door te nemen dat René Rutten omtrent zijn onderzoek heeft verzameld en wij hebben ons deel getoond.


Nicolien Pinkse, Marit Kramer en gastenbroeder Johannes

Het is bijzonder om te hebben gezien op welke plek de leerlingen destijds zaten, alhoewel ook nog een gedeelte onduidelijk blijft. Verbleven en aten de docenten in het klooster of in het Bernarduscollege? Wat vonden de leerlingen van hun tijd in het klooster? Hadden ze heimwee?

Na een dag vol informatie-uitwisseling en een rondleiding in en om het klooster hebben we een dienst bijgewoond en 's avonds namen we intrek in onze kamers. Er verbleven nog een tiental gasten in het klooster die we ontmoetten tijdens de maaltijden. De volgende ochtend hebben we nog een wandeling gemaakt rond het klooster en werden daarna door René Rutten naar het station in Echt gebracht. Het verblijf in het klooster in Echt was een bijzondere ervaring, mede door hartelijke ontvangst door René Rutten, overste Malachias, gastenbroeder Johannes en de andere monniken.

(MK)



dinsdag 14 juli 2009

Vakantie

Tot 24 augustus ligt ons onderzoek i.v.m. de schoolvakantie stil. Na de vakantie komen we weer terug met artikelen over het bezoek aan het klooster in Echt, verhalen van oud-leerlingen en een artikel over de plattegronden van de school.

maandag 6 juli 2009

Reacties van oud-leerlingen prof. Casimirschool via Schoolbank.nl

Voor het onderzoek naar de geschiedenis van de school plaatsten we een oproep op Schoolbank.nl. We schreven oud-leerlingen aan die voor 1945 geboren waren en die actief waren op Schoolbank.nl.

De leerlingen hebben eind jaren ‘40/begin jaren ’50 op deze school gezeten. Tussen 1949 en 1985 heette de school de prof. Casimirschool (zie ook het stukje over prof. Casimir op de weblog). Tot 1947 was de school in de Weissenbruchstraat gevestigd.
De oud-leerlingen herinneren zich vaak nog namen van docenten en ook van het hoofd van de school, namelijk de heer Metman.
Metman tussen zijn leerlingen in 1947
Ze weten ook nog dat Metman woonde in het huis dat bij de school hoorde. Nadat Metman was overleden, werd de heer Koelma hoofd van de school, maar aangezien hij niet in het huis bij school wilde wonen, kreeg mevrouw Metman toestemming om in het huis te blijven wonen. De heer Koelma gaf ook les en na schooltijd gaf hij ook nog Frans aan de leerlingen van de vijfde en de zesde klas, in die tijd best bijzonder, aldus een oud-leerling. Koelma bezat ook een klein autootje dat hij zijn kamerolifantje noemde.

Ook wordt het genoemd, dat nu niet meer bestaat, net als de schoolbanken die nu zijn vervangen door losse tafels en stoelen. In het gymnastieklokaal werden ook bijzondere bijeenkomsten gehouden. Een vader van een oud-leerlinge zat in de oudercommissie en heeft destijds een toneel voor de school laten bouwen.

Een klas uit 1951

Namen die ook herinnerd worden door de oud-leerlingen zij die van de juffrouwen Clignet en Gisolf, door een oud-leerling de allerliefste juffen genoemd. Een van de juffen, juffrouw E.C. Bosz had zelfs de bijnaam de "knuffeltjesjuffrouw" Iedereen kreeg op gezette tijden een knuffeltje van haar. Ook was er in die periode een aparte juffrouw voor handwerken. In zijn reactie meldt iemand uitdrukkelijk dat de onderwijzeressen in die tijd juffrouwen waren. Toen een van de juffrouwen ging trouwen en dus mevrouw werd, werd zij ontslagen.

De oud-leerlingen beschrijven de sfeer op de school als prettig. Een reactie van een oud-leerling geeft een heel mooi beeld, een beeld zoals we dat nu ook nog kennen:
“De prof. Casimirschool zoals ik die ken uit de jaren 1951-1957, gelegen aan een zijstraatje van de Wassenaarseweg, in de schaduw van de beeldbepalende Paschaliskerk van architect Kropholler, aangeschurkt tegen het van Maerlantlyceum, ook al een fraai stuk architectuur, was een toonbeeld van geborgenheid. Het schoolplein dat je betrad door een solide hekwerk van metselwerk en smeedijzer en werd omsloten door een carré van respectievelijk een grote gymzaal, de woning van het hoofd der school, en het schoolgebouw. De ramen waren hoog geplaatst waardoor oogcontact tussen binnen en buiten vrijwel niet mogelijk was.”

Tweede klas, schooljaar 1951-1952

Erg leuk dat deze oud-leerlingen hebben gereageerd op onze oproep op Schoolbank.nl, via deze weblog kunnen zij op de hoogte blijven van de voortgang van ons onderzoek. Meer reacties zijn uiteraard welkom!
MK