dinsdag 1 juni 2010

Marijke Enninga en de fusie van Nijenrodeschool en de Prof. Casimirschool- deel2

In het vorige artikel gaven we al aan dat Marijke Enninga haar loopbaan is begonnen op de Van Nijenrodeschool. Deze werd later samengevoegd met de prof. Casimirschool, de huidige OBS Benoordenhout.

Gevolgen teruglopende leerlingenaantallen
De Van Nijenrodeschool en de prof. Casimirschool werden samengevoegd omdat beide scholen kampten met teruglopende leerlingaantallen. Uit een foto van het docententeam uit 1986/1987 blijkt dat de Van Nijenrodeschool in 1986 al formeel was samengevoegd met de prof. Casimirschool.


Foto van het team ui 1986-1987. Staand achteraan v.l.n.r. Marijke Enninga, Thomas van Ossane, Iris de Loos

Open dag
Uit die periode heeft Marijke Enninga ook nog een krantenartikel over een Open Dag van de school die op zaterdag werd gehouden. In het stukje is de strijd om leerlingen tussen de concurrerende scholen in het Benoordenhout merkbaar. Marijke geeft aan dat ze op die zaterdag met het hele team heel erg hun best deden om nieuwe leerlingen te krijgen. Op een foto met Astrid Versluys, Christine van Denderen en Marijke Enninga en een aantal leerlingen staat als onderschrift "Zo werkt nou een computer". Toen echt een noviteit. Het hele team had destijds een computercursus gevolgd om computerprogramma's te leren schrijven die vervolgens op een cassettebandje werden opgeslagen!





Gefuseerd, maar nog 2 schoolgebouwen
Een periode zijn beide gebouwen aangehouden. De twee hoogste klassen zaten op de Van Nijenrodeschool en de nieuwe instroom en de jongere kinderen zaten in de Dreibholtzstraat. In die tijd zat Marijke aan de Van Nijenrodestraat. Thomas van Ossane was toen directeur van de school en hij pendelde heen en weer tussen de twee locaties. Toen de gymzaal in de Dreibholtzstraat werd verbouwd tot klaslokalen, zaten alle leerlingen tijdelijk aan de Van Nijenrodeschool.
Ook hadden de scholen toen nog een hoofd van de kleuterschool, voor de Van Nijenrodeschool was dat Astrid Versluis.

Keuze voor het schoolgebouw aan de Dreibholtzstraat
Marijke geeft aan dat destijds is gekozen voor het schoolgebouw aan de Dreibholtzstraat i.p.v. aan de Van Nijenrodestraat omdat dit gebouw voor de gemeente goedkoper was. Bovendien werd door de voorstanders van dit gebouw als argument aangevoerd dat de school verder weg lag van de concurrenten Wolters en de Montessorischool. Marijke was eigenlijk meer gecharmeerd van het gebouw aan de Van Nijenrodestraat waar nu de Tobiasschool in is gevestigd. De school had veel oude accenten, mooie gangen, veel ruimte en meerdere speelplaatsen.

Nieuwe naam
Waarschijnlijk heeft de gemeente voor de naam OBS Benoordenhout gekozen, ook om aan te geven dat dit de openbare school in het Benoordenhout was. Een vader van een leerling heeft destijds het logo voor de school ontworpen.


Schoollogo

Een nieuwe directeur

Op een foto uit schooljaar 1989/1990 staat voor het eerst Peter Link. Hij heeft korte tijd met Van Ossane samengewerkt. Begin jaren ’90 ontstond er discussie over wijze waarop de school werd aangestuurd. Door het bestuur van de school werd iedere docent werd naar zijn of haar mening gevraagd. Gevraagd werd bijvoorbeeld aan welk schoolhoofd je de voorkeur gaf. Dit was een nare tijd. Het resultaat was dat Peter Link de nieuwe directeur werd. Van Ossane is waarschijnlijk rond 1992 vertrokken. Ook Astrid Versluis (hoofd van de kleuterschool) is in die periode vertrokken. Greetje Hartman volgde haar op.



Teamfoto uit 1989/1990 met Peter Link zittend tweede van links en Thomas van Ossane staand vierde van rechts. Marijke Enninga zittend tweede van rechts, Iris de Loos staand tweede van rechts.

woensdag 21 april 2010

Marijke Enninga en de historie van OBS Benoordenhout - deel 1

Sinds we zijn begonnen met het historisch onderzoek hebben we al veel mensen geïnterviewd. Voor een van de interviews reisden we helemaal naar Zuid-Limburg af. Hoog tijd om het dichter bij school te zoeken, en wel op school zelf, want een van de docenten heeft ook al een rijke geschiedenis op school liggen. Haar loopbaan begon op de Van Nijenrodeschool. Deze school fuseerde midden jaren ’80 met de prof. Casimirschool. Na de fusie heette de school OBS Benoordenhout. Hierover meer in een volgend blogbericht.

Voor het eerst voor de klas

Marijke Enninga begon in 1976 als juf Enninga op de Van Nijenrodeschool waar op dat moment Hans Stel hoofd van de school was. Ze is deze baan ingerold na het afronden van de Pedagogische Academie. Ze vulde een stencil van de gemeente in. Na een sollicitatiegesprek in de Javastraat met onderwijsinspecteur Ringelberg ontving ze een oproep om naar het stadhuis te komen. Na een gesprekje met Ringelberg werd ze naar de Van Nijenrodestraat gestuurd, waar ze diezelfde dag nog voor de klas stond. Marijke Enninga was toen 20 jaar en werd als zevende leerkracht aangesteld op school, omdat er een combinatieklas bij kwam. Hierbij de klassenfoto van haar eerste klas. Ze begon in een combinatieklas in de middenbouw. De leerlingen waren toen nog heel braaf.


De eerste schookklas van Marijke, 1976

Het schoolgebouw aan de Van Nijenrodestraat

Marijke Enninga denkt met veel plezier terug aan het gebouw aan de Van Nijenrodestraat. Enerzijds omdat het haar eerste baan was, maar ook omdat het een ruim gebouw was met grote lokalen, ruime gangen met nissen. Er waren meerdere speelplaatsen. Voor, achter, aan de zijkant, een speeltuintje dat de school met Wolters deelde en een sportveldje waar in de zomer buiten gegymd werd. Op onderstaande foto uit 1976 staat het team van de Van Nijenrodeschool. Ze staan op het balkon dat aan de personeelskamer lag. Zodra het mooi weer werd, zaten ze daar te lunchen. De lunchpauze was in die tijd nog van 12 tot 13.30 uur. Veel kinderen gingen tussen de middag naar huis of speelden op het achterplein en op het balkon zaten de docenten heerlijk rustig.


Met het team op het balkon. V.l.n.r.: Gerard […], Christien van Denderen, Hans van Genugten, Marijke Enninga, Rarda Bongers, Ge Kunze en schoolhoofd Hans Stel

Verschillen tussen toen en nu

Als Marijke terugkijkt op de afgelopen 34 jaar vindt ze dat er wel het een en ander is veranderd in het onderwijs. Vroeger schreef je onder een werkje het aantal fouten. Tegenwoordig benadruk je meer wat er goed gaat. Ze geeft aan dat toen ze net begon alle leerlingen op hetzelfde niveau wilde brengen. Het onderwijs is nu meer aangepast aan de verschillen tussen kinderen. Op de pedagogische academie had ze niveaulezen gehad. Dat was voor oudere collega’s een grote verandering. Met het niveaulezen kwamen ook de leesmoeders de school binnen. De ouderparticipatie kwam ook in die periode op. Verder zijn de schoolboeken natuurlijk veranderd en kwamen er computers op school.

Marijke heeft zelf het gevoel haar hele leven op één school te hebben gewerkt, maar dan wel op verschillende vestigingen van die school. En nadat ze 34 jaar geleden is begonnen als juf Enninga kennen de leerlingen en ouders haar nu als juf Marijke.

dinsdag 6 april 2010

Mevrouw Haaxman-Broer, lesgegeven van 1947 tot 1952

Juffrouw Broer
Mevrouw Haaxman-Broer heeft n.a.v. het oproepje in het wijkblad Benoordenhout contact met ons opgenomen. In het voorjaar van 1947 werd mevrouw Haaxman, toen nog juffrouw Broer, benoemd aan de OLS Weissenbruchstraat en ze bleef er tot 20 oktober 1952 in dienst. Eerst gaf ze nog een aantal maanden les in het schoolgebouw aan de Weissenbruchstraat. In september 1947 ging de school naar de Dreibholtzstraat en heeft de katholieke school (tegenwoordig de Paschalisschool) het hele pand in gebruik genomen. Later ging de dochter van mevrouw Haaxman ook naar de Prof. Casimirschool.

Naar de Dreibholtzstraat
Na de oorlog was het gebouw van de Duitse school aan de Dreibholtzstraat “onder beheer” komen te staan. Alle Duitse bezittingen kwamen na de oorlog onder staatstoezicht te staan. Mevrouw Haaxman vermoedt dat de gemeente Den Haag daarom de eerste keus had en dat de gemeente bepaalde dat de openbare school erin mocht. De pastoor van de Paschaliskerk had het pand graag in gebruik willen nemen. Het gebouw aan de Dreibholtzstraat werd opgeknapt en in 1947 kon de school het pand zo betrekken.

Op dat moment was meneer Metman hoofd van de school en hij woonde in de rectorswoning die toen nog bij de school hoorde. Bruynzeel plaatste een mooie keuken in het huis en daarmee werd het een paradepaardje voor Bruynzeel. Mevrouw Haaxman herinnert zich dat je via het huis naar de school kon en dat deed meneer Metman ook.

Foto: Een Bruynzeelkeuken van Piet Zwart uit 1938. Bron: www.digischool.nl

Prof. Casimirschool
Nadat de school naar de Dreibholtzstraat was verhuisd, moest de school een andere naam hebben. Er werd over gestemd in de oudercommissie en er werd unaniem voor de naam Prof. Casimirschool gekozen. Prof. Casimir was rector geweest van het Nederlands Lyceum en een bekend pedagoog. Hij kwam met zijn vrouw de school openen. Later kwam hij ook nog wel langs en had dan vaak iets lekkers mee voor de kinderen. In die tijd zat een zoon van de kunstschilder Vollmer op school. Hij heeft voor de school een portret van Prof. Casimir geschilderd. Toen mevrouw Haaxman jaren geleden langs de school liep en er een fancy fair werd gehouden, werd dit betreffende portret te koop aangeboden. Mevrouw Haaxman maakte er een opmerking over en er werd haar gezegd dat ze geen idee hadden wie er op het portret stond.....

Weer terug op school
Veel later, rond 1975, is mevrouw Haaxman weer les gaan geven op school, als invaller. Het was in die tijd heel moeilijk om aan invallers te komen. PABO-studenten konden toen heel eenvoudig voor een periode naar het buitenland en er was dus geen invaller te krijgen. Via een moeder van school werd ze benaderd of zij niet in wilde vallen. Eerst wilde ze niet, maar uiteindelijk heeft ze het wel gedaan.

Collega's
Mevrouw Haaxman heeft in al die jaren een aantal directeuren meegemaakt. Toen zij begon met werken was Metman directeur. Hoewel Metman een autoritair hoofd was, kon mevrouw Haaxman het goed met hem vinden.

Nadat de heer Metman was overleden werd de heer Koelma het hoofd van de school. In de tijd dat haar dochter op school zat, was hij directeur. Koelma gaf aan dat hij niet in de rectorswoning wilde wonen, hij woonde erg mooi in Rijswijk. De weduwe van de heer Metman is er blijven wonen. Mevrouw Haaxman herinnert zich Koelma als een begaafd man die veel gezag en invloed had. Toen mevrouw Haaxman later terugkeerde als invaller was Van Ossane directeur.


Klassenfoto 6de klas uit 1953 of 1954 met de heer Koops (rechtsachter). Leerlingen op de foto: Gerard Arkenbout, Hans Hoppe, Wim Henry Bourquin, Paul Van Gelder, Henk de Kat, Aukje Bolle, Albertine (Tinus) Bijl. Met dank aan www.haagsescholen.nl.


Van haar collega's herinnert mevrouw Haaxman zich nog juffrouw Gisolf, met wie ze ook op schoolreis ging, bijvoorbeeld naar de Kaasmarkt in Gouda. Ook meneer Koops kan zij zich nog herinneren, net als mevrouw Clignett. Op een gegeven moment werd mevrouw Haaxman gebeld door juffrouw Mantz, die les gaf aan de Van Nijenrodeschool, of de Prof. Casimirschool een leuke school was. Daarna vroeg ze overplaatsing aan. Leerlingen moesten van haar het Wilhelmus leren en kregen ook les in het vouwen van de vlag. En dan was er ook nog juffrouw Mendez, die erg lief was voor de kinderen en veel deed voor goede doelen.

donderdag 18 maart 2010

De Vogels



Een beetje verscholen achter de vegetatie en wat groen uitgeslagen zit een “paar in steen gehakte vogels” nog steeds op de pijlers aan weerszijde van het toegangshek tot schoolplein en school.* De maker van de reliëfs is de Haagse beeldhouwer Johan ‘Jan’ Coenraad Altorf (1876 – 1955) en bij nadere inspectie lijken de vogels uilen, een dier waarvoor hij – binnen zijn oeuvre - een duidelijke voorkeur voor heeft ten toon gespreid.
Sinds de oudheid verbeeldt de uil wijsheid. Vanwege zijn nachtelijke activiteit en ziende blindheid gedurende de dag, symboliseert het dier later ook wel domheid, duistere geesten en alles wat het daglicht niet kan verdragen. Parallel staat de uil in een meer positieve christelijk iconografie echter voor de overwinning op de dood (de nacht) en goddelijk inzicht. Wijsheid blijft dus een belangrijke associatie met de uil wat eeuwen later maar weer in de entree tot ‘ons’ schoolplein maar ook de Fabeljeskrant tot uiting komt.

Het incorporeren van een dergelijk kunstwerk past bij de periode waarin de school (1923-1925) gebouwd is. Geïnitieerd door het in H.P. Berlage’s Amsterdamse Koopmansbeurs (de z.g. Beurs van Berlage, 1903) geïntegreerde beeldhouwwerk heeft de beeldhouwkunst een nieuwe rol en esthetiek gevonden.** Binnen Berlage’s architectuur ontstaat wat wel wordt aangeduid als bouw-beeldhouwkunst. Dat is een beeldhouwkunst die rekening houdt met de constructieve en suggestieve aspecten van het gebouw en daarmee de architectuur mede accentueert en definieert. Anders gezegd, vanaf nu worden beelden niet meer los aan een gebouw toegevoegd maar vormen ze letterlijk bouwstenen voor het gebouw (als Gesamtkunstwerk).
Wat betreft de esthetische aspecten zijn grondleggers Lambertus Zijl (1866-1947) en Joseph Mendes da Costa (1863-1939) onder andere geïnspireerd door Egyptische en Mesopotamische beeldhouwkunst, zoals te zien in het Leids Museum van Oudheden. Binnen deze twee culturen is de beeldhouwkunst, volgens de twee beeldhouwers, gereduceerd tot haar essentie en een onderdeel van de architectuur.
De stoere, zware maar ook vloeiende esthetiek van Zijl en da Costa sluit aan bij de Art Nouveau en ontwikkelt zich vervolgens, in de handen van de volgende ‘generatie’ tot de Art Deco van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School.

Jan Altorf is een navolger van Zijl en Mendes da Costa. Hij komt uit een handwerkersmilieu. Terwijl hij in de leer is bij een stoelenmaker volgt hij avondlessen aan de Haagse academie en ontwikkelt zich tot beeldhouwer. Na bescheiden bijdragen, i.s.m. J. Thorn Prikker, aan de decoratie van de befaamde Villa de Zeemeeuw van Henri van der Velde (1902, niet ver van het huidige Madurodam) komt zijn beeldhouwwerk terecht in belangrijke Nederlandse collecties zoals die van Helene Kröller Müller. Hij neemt deel aan verschillende internationale tentoonstellingen, zoals de 1925 “Art Deco’ tentoonstelling in Parijs, en ontwerpt meubilair en bestek. Altorf is echter bovenal bekend als beeldhouwer van veel van het werk op gebouwen van de Nieuwe Haagsche School.
Rond ‘onze’ school is zijn werk onder andere te vinden in het exterieur van woonhotels aan de van Hogenhoucklaan (De Hogenhout, 1929-1930) van Zaeckstraat – beide van Frans Lourijsen – en het woonhotel aan het Josef Israelsplein van Jan Wils en Frans Lourijsen (1925-1926). Daarnaast siert zijn beeldhouwkunst het interieur van diverse andere gebouwen in de buurt.
Altorfs voorkeur voor vooral de uil en de aap maar ook andere dierfiguren maakt hem in wezen een z.g. animalier.*** Onder invloed van een romantisering van de natuur en een hang naar exotisme ontwikkelt het beeldhouwen van dieren zich gedurende de 19de eeuw namelijk tot een zelfstandig genre.
Stylistisch past Altorfs werk binnen wat vanaf 1925 als Art Deco wordt aangeduid. Hij herleidt zijn onderwerpen middels analyse tot hun kenmerkende onderdelen. Door deze ‘reductie’ en een hernieuwde synthese (samenvoeging) resulteert dit in een ‘afbeelding’ van de essentie van het onderwerp en een strakke gestileerde vorm die uitstekend werkt als onderdeel van architectuur of uitgangspunt voor kunstnijverheid. De gepolijste afwerking van veel van Altorfs stukken kost veel tijd en maakt ze kostbaar.
Dat een dergelijk kunstenaar een bijdrage aan het nieuwe gebouw voor de ‘Duitse School’ levert is ook een gevolg van een (gebruikelijke) financiële constructie rond de bouw waarbinnen de gemeente een hoofdrol speelt. Mede ingegeven door lobbyende kunstenaarsverenigingen verkent dezelfde gemeente in deze periode immers de (verheffende) rol die beeldhouwkunst in de publieke ruimte kan spelen. Structureel leidt dit uiteindelijk tot niet veel meer dan een niet uitgevoerd voorstel voor een voorloper van de 1% regeling maar er is wel een budget voor de ‘decoratie’ van scholen en de mogelijkheid individuele voorstellen ‘in te dienen’.

E.J.M.

Deze keer als teaser niet verder dan het hek, een volgende keer de oorspronkelijke plattegronden, à suivre.

* Het Vaderland, avondblad 24 april 1925, p.2 zie ook eerdere bijdragen

** De oorsprong van de moderne herontdekking van beeldhouwkunst als integraal onderdeel van de architectuur ligt wat Nederland betreft in sommige aspecten nog iets verder terug in de 19de eeuw nl. de opvattingen en het werk van P.J.H. Cuypers (1827-1921), gebaseerd op de Middeleeuwse Bouwpraktijk, zoals geïllustreerd in het Rijksmuseum (Amsterdam, 1885).

*** Eén van de meest beroemde animaliers is Rembrandt Bugatti (1884-1916), de broer van de autofabrikant. Hij modelleert naar echte dieren (in de dierentuin) maar maakt een impressie, een schets als het ware, waarbij zijn vingerafdrukken en sporen van het kneden en afschrapen in het klei achterblijven – en dus ook in het bronzen afgietsel aanwezig zijn. Veren en pels worden gesuggereerd in plaats van een precisie naturalistische weergave zoals daarvoor. Later, in de aanloop tot de Art Deco, stroomlijnt hij ‘zijn’ dieren steeds meer tot, net als bij Altorf, alleen de essentiële kenmerken van het dier worden weergegeven.]



Het toegangshek met de vogels (foto EJM)

donderdag 4 maart 2010

Tijdelijk onderdak

Wat gebeurde er met onze school na de evacuatie van Benoordenhout in 1943? Een vraag die ons al enige maanden bezighield. In het gemeentearchief vonden we uiteindelijk het antwoord. Uit een brief van de Commissie voor de verdeeling van schoolruimte uit december 1943 blijkt dat het onderwijs aan de Weissenbruchstraat 190 kon worden voortgezet in de Louise Henriettestraat 11 in Bezuidenhout. In september 1943 was dit gebouw, na opheffing van de RK lagere school op dit adres, vrijgekomen.

Als je wilt zien waar de Louise Henriettestraat precies ligt, klik dan hier:
http://maps.google.nl/maps?hl=nl&source=hp&q=louise+henriettestraat+den+haag&ie=UTF8&hq=&hnear=Louise+Henriettestraat,+2595+Den+Haag,+Zuid-Holland&gl=nl&ei=vOCPS-jjIcrg-QbLqun7CQ&ved=0CAsQ8gEwAA&ll=52.08515,4.332433&spn=0.011208,0.027423&t=h&z=15

Op 3 maart 1945 werd Bezuidenhout gebombardeerd door een berekeningsfout van de geallieerden. Uit onderstaande foto’s blijkt dat ook de Louise Henriettestraat hierdoor zwaar beschadigd raakte.

Foto’s uit de Louise Henriettestraat na het bombardement in 1945. Met dank aan het gemeentearchief Den Haag.

Op youtube staat een film over het bombardement op Bezuidenhout: http://www.youtube.com/watch?v=iNg-ZvhLLaY

NP

vrijdag 5 februari 2010

Joop Berding, voormalig docent aan de Prof. Casimirschool

Op onze oproep in de Oud Hagenaar eind vorig jaar reageerde naast mevrouw Schimmel-Bonder (zie eerdere artikelen) ook een oud-docent, te weten Joop Berding. Op 27 november 2009 kwam hij naar school om over zijn ervaringen te vertellen. Nadat hij in 1982 de school verliet om elders te gaan werken, was dit de eerste keer dat hij weer terugkwam op school.


Joop Berding

Algemeen

Joop had in 1975 een sollicitatiegesprek met de heer Van Ossane, destijds het hoofd van de school, en werd aangenomen. Hij begon na de zomer van 1975 op de Prof. Casimirschool. Daarvoor had hij al op een school in Waddinxveen gewerkt. Dat was zijn eerste baan nadat hij de Pedagogische Academie had gedaan met als specialisaties muziek en geschiedenis. Toen hij 7 jaar op de Prof. Casimirschool had gewerkt, moest het team inkrimpen. Het principe van Last in First out gold en dat betekende dat Carla Stoelinga weg zou moeten. Joop heeft toen aangegeven dat hij wel toe was aan iets anders en heeft toen de school verlaten i.p.v. Carla Stoelinga.

Indeling gebouw

Waar nu de hogere groepen zitten, was destijds de gymzaal. En waar nu de docentenkamer zit, werd vroeger omgekleed door de leerlingen. In het andere gebouw zaten beneden de 1ste klas, de 6de klas en de kleuterklas. In het hok waar nu papier, schriften enz. liggen bij de ingang zat vroeger het hoofd van de school. Boven zaten de 2de, 3de, 4de en 5de klas. Er waren toen dus 4 klassen boven i.p.v. de 3 klassen die er nu zitten. Joop Berding zat vroeger in het lokaal van juf Michèle. In de jaren ’70 is de huidige bibliotheek gebouwd. Destijds heette het de mediatheek en werd geopend door de wethouder (wethouder Van Lier).

Collega’s

Het hoofd van de school, de heer Van Ossane was van de oude stempel. Hij was nogal rechtlijnig, niet alleen naar de kinderen maar ook naar docenten. Joop kan zich herinneren dat hij een uitbrander kreeg toen hij in een extreme winter een keer te laat op school kwam. Toen Joop Berding op de school begon was er ook een aantal oudere leerkrachten (juf Mantz en juf Gisolf) die een conservatieve invloed hadden op het onderwijs. Juffrouw Gisolf had het altijd over de wintervakantie en niet over de kerstvakantie vanwege het openbare karakter van de school. Joop heeft vooral veel samen gewerkt met Iris de Loos. Zij hadden vaak opvolgende klassen en hebben ook enkele keren samen een combinatieklas gehad.


Schoolfoto uit 1977, een combinatieklas van Joop Berding en Iris de Loos

Een andere collega Fred Weeber probeerde de kinderen breuken aanschouwelijk uit te leggen en daarom gooide hij altijd een schoteltje kapot. Er was een aparte juf voor handwerken en ook voor gymnastiek was er een vakleerkracht.
Aan de school was ook een conciërge verbonden, meneer Van Rouwendaal. Hij ging vaak tussen de middag vis bakken. Hij zette erg vieze koffie, die je kon afnemen met zegeltjes die je bij Van Ossane moest kopen.


Een foto van het team uit mei 1977; v.l.n.r.: Ilse van der Palm, Ronald Jongkind, juffrouw Mantz, Marijke Jahreis, Fred Weeber, Maureen Paulus, T. van Ossane, Iris de Loos, Joop Berding. Juffrouw Gisolf ontbreekt.

Het onderwijs

De Prof. Casimirschool was een erg klassikale school. De leraar was koning in zijn eigen klaslokaal. Af en toe werd er projectmatig gewerkt. Er was bijvoorbeeld een project rond het thema water. Verder moest er begin jaren ’80 een Schoolwerkplan worden gemaakt. Dit vanwege de op handen zijnde integratie van kleuter- en lager onderwijs in 1985. Daar was weerstand tegen binnen het team. De klassen waren klein, soms zelfs maar 16 leerlingen. Er waren dan ook combinatieklassen, dat leverde weinig discussie op.
De school begon om 8.30 uur en om 15.30 uur waren de kinderen vrij. Er was nog geen continurooster. Voor en na schooltijd konden kinderen facultatief Franse les en blokfluitles volgen.
Aan de verjaardagen van de leerkracht werd veel aandacht besteed. Kinderen voerden dan stukjes op. Ouders waren hier actief bij betrokken.
Er werden ook werkweken gehouden. Joop Berding heeft nog foto’s van een werkweek in Vledder. Hij kan zich ook nog een fancy fair herinneren.

Marlot

In die tijd speelde ook de fusie met Marlot. Waarom er met Marlot werd gefuseerd en niet met de Van Nijenrodeschool is Joop niet duidelijk. Misschien wilde de gezondere van Nijenrodeschool dit niet. Hoewel de school was gefuseerd met Marlot was er weinig contact. . Wel is er een keer een gemeenschappelijke ouderavond geweest in het tennispark naast van de Marlotschool. Ook is er een gemeenschappelijk sportdag geweest op 9 juni 1976.

Leerlingen

Op de school zaten vooral kinderen uit de buurt. Een paar woonden verder weg, bijvoorbeeld aan de Van der Duynstraat in de binnenstad. Joop Berding heeft fotoboeken bij zich en kan zich de namen van (bijna) alle leerlingen nog herinneren. Een leerling die nog wel eens op tv komt is Emiel Aardewerk (van het programma Tussen Kunst & Kitsch).

Na de Prof. Casimirschool

Na zijn baan aan de Prof. Casimirschool is Joop Berding zich bij de gemeente Den Haag gaan bezighouden met onderwijs, kinderopvang en gezondheidsvoorlichting. Bij het Ministerie van VWS werkte hij als beleidsmedewerker jeugdbeleid. Ook werkte hij als onderwijsconsultant in Rotterdam. Op dit moment is hij onderwijsmanager van de Masteropleiding Pedagogiek en onderzoeker aan de Hogeschool Rotterdam.

dinsdag 12 januari 2010

Vlagincident

In Het Vaderland van 4 januari 1937 stond het volgende bericht: “In den Oudejaarsnacht is de officieele Duitsche vlag (met het hakenkruisembleem dus), die naast de Nederlandsche vlag woei aan de poort van de von Bylandt-Schule aan de Dreibholzstraat hoek Wassenaarseweg (achter de Paschaliskerk) van den stok gerukt en later op eenigen afstand van het gebouw verscheurd op straat teruggevonden. De conciërge van de school kon geen enkele aanwijzing geven en de politie beschikt over geen enkel spoor. De Regeering die een klacht ontving van den Duitschen gezant, heeft de justitie en politie opgedragen een zoo uitgebreid mogelijk onderzoek in te stellen. Eerder had de Duitsche gezant ter kennis van onze Regeering gebracht, dat in een volksbuurt bij een Duitsche vlag was gejouwd. De politie kreeg den indruk , dat het hier een kwajongensstreek was en betuigde, aannemende dat alles zich als geschetst had toegedragen, haar leedwezen.”

In 1935 werd de hakenkruisvlag de officiële vlag van Duitsland. Bron foto: www.annefrankquide.com.

De minister van Onderwijs heeft over de vlaggenkwestie vragen gesteld aan de school. Wat de minister precies schreef op 16 januari 1937 moeten we nog een keer nagaan, maar uit het antwoord van het bestuur van de school valt het een en ander af te leiden. Het bestuur geeft aan geen klacht te hebben ingediend bij de politie of de Duitse delegatie. De Duitse gezant had om inlichtingen gevraagd bij een bestuurslid toen hij hoorde dat het een Duitse vlag betrof die was afgerukt. De gezant had zich vervolgens met de Nederlandse overheid in verbinding gesteld.

Wat maakte deze zaak zo gevoelig? Het incident vond plaats vlak voor het huwelijk van Juliana en Bernhard. Uit een artikel in Trouw blijkt dat aan alle kanten aan Bernhard werd getrokken. Duitse diplomaten en journalisten willen dat hij als geboren Duitser openlijk (nazi-)kleur bekent en zetten hem het mes op de keel. Een eerder vlagincident bij een voetbalwedstrijd tussen Den Haag en Lippe Detmold op Houtrust in Den Haag werd breed uitgemeten in de Duitse kranten. Volgens Trouw slepen ze het wedstrijdje in Den Haag van 23 december 1936 er met de haren bij. De prins zat niet eens op de tribune, maar toch wordt hij verantwoordelijk gesteld voor het uitblijven van het Duitse volkslied en het ontbreken van hakenkruizen rond het voetbalveld. De Duitse propagandamachine tettert er volgens Trouw in de kranten lustig op los: 'Schande!' Diplomaten laten alvast wat paspoorten van Duitse bruiloftsgasten confisqueren. Dat zal prins Bernhard leren.

Foto van de voetbalwedstrijd Haagse elftal-Lippe Detmold van 23 december 1936. Bron: Haags gemeentearchief

Op 1 januari 1937 schrijft Prins Bernhard Hitler een brief. Hierin schrijft hij onder meer dat de vlagincidenten van 19 en 23 december op een misverstand berusten. Het vlagincident op de Dreibholtzstraat die op oudejaarsnacht plaatsvond, wordt overigens niet genoemd in de bewuste brief.
Hitler neemt genoegen met de brief van prins Bernhard en wil niet dat het incident tussenbeide komt te staan. Hitler laat zijn minister van Buitenlandse zaken telefonisch weten dat de bruiloftsgasten wat hem betreft niets meer in de weg gelegd hoeft te worden. Inbeslaggenomen paspoorten van Duitse leden van diverse vorstenhuizen worden de volgende dag teruggegeven.


Foto van Prinses Juliana en Prins Bernhard arriveren na hun verloving bij paleis Noordeinde. Bron Haags gemeentearchief.

Bronnen

  • Archief Deutsche Evangelische Gemeinde, toegangsnummer 1217, 230 stukken betreffende de oprichting van en de samenwerking met de Duitse school, 1876-1940.
  • Het Vaderland, Wat er gebeurd is, 4 januari 1937, avond.
  • Trouw. Bernhards brieven aan Hitler. 15 augustus 2005.

NP